DE GESCHIEDENIS VAN DE BELGISCHE MUZIEKINDUSTRIE

article found on : kuleuven.ac.be

2001
Gust De Meyer, Kris Ameryckx, Margo De Meyer

WOORD VOORAF

De geschiedenis van de fonografie en van de muziekindustrie op internationaal (Amerikaans) vlak is al in dikke boeken geschreven. Maar over de lokale situaties, land per land, is minder bekend. Evenmin over de Belgische muziekindustrie. Over de Belgische (populaire) muziek of over de Belgische rockmuziek is natuurlijk al wel wat inkt gevloeid. En de biografieën van de meest populaire Belgische artiesten zijn ook al wel geschreven. En als dat nog niet het geval is dan worden de fans over het artistiek én privé-leven van hun idolen in elk geval voldoende ingelicht via allerhande publicaties. Maar over de Belgische industrie achter de muziek is veel minder bekend. Met deze bijdrage willen wij dat enigszins verhelpen. Enigszins, want de puzzel is lang niet gemakkelijk te reconstrueren, vooral niet voor de beginjaren.

Dit artikel gaat over de sector van de op geluidsdragers vastgelegde muziek en dus niet over de wereld van de levende muziek, al heeft er natuurlijk altijd een kruisbestuiving bestaan tussen beide. De sector van de vastgelegde muziek heeft wel aan belang gewonnen in de loop van de tijd ten opzichte van de sector van de live muziek. Tussen hen beide heeft ook nog de sector van de muziekuitgeverijen standgehouden. Men zal hier dus geen geschiedenis lezen van de evolutie van het negentiende eeuwse café-chantant - of zelfs nog vroeger: van de marktzangers - naar revue-, operette-, charme- of rockzangers op een rockconcert. Het is duidelijk dat allerhande technologische vernieuwingen - niet alleen de grammofoonplaat, maar ook de radio en de geluidsfilm sinds de jaren twintig-dertig, van de televisie sinds eind jaren vijftig - een invloed hebben gehad op de sector van de levende muziek, meer bepaald op de groeiende internationalisering - sommigen zullen zeggen amerikanisering - van de populaire muziek. Maar dat is hier evenmin aan de orde.

Laat het dus duidelijk zijn, de muziekindustrie staat in dit artikel centraal, vooral die van de populaire muziek, en dan nog wel met prioriteit voor een historische benadering die zou moeten toelaten grote tendensen in de loop van de tijd te signaleren. Wat de artiesten betreft: ze staan voor een keer dus niet in de spotlichten en alleen de belangrijkste Belgische artiesten van het min of meer populaire of lichte genre worden genoemd meestal dan nog in verband met de firma's waarin ze een kans hebben gekregen ofwel bekend zijn geworden.

De gegevens zijn verzameld via vele gesprekken gedurende de laatste jaren met mensen uit de business. Wij kunnen alleen maar hopen dat ze zo accuraat mogelijk zijn weergegeven. Mocht dat niet het geval zijn, signaleer het ons, evenals andere informatie die de witte vlekken nog kan invullen.

Tenslotte past nog een woord van dank voor Olivier Van Raemdonck, die met de verzameling van gegevens begonnen is.

PLAATJES MAKEN EN MUZIEK UITGEVEN

DE GRONDLEGGERS

Om te beginnen met een voorloper van de geluidsvastlegging: Schott Frères mag in een overzicht van de Belgische muziekindustrie niet ontbreken ook al concentreert de firma zich meer op de uitgave van het klassieke muziekgenre (o.a. de labels Savoy+ en Folkways). Schott Frères, onder leiding van J.J. June, mag niet ontbreken omdat de firma als muziekuitgever in 1823 reeds het licht zag in Antwerpen als bijhuis van de firma B. Schott's Söhne uit Mainz (die onder meer de negende van Beethoven heeft uitgegeven). Een andere belangrijke uitgever van bladmuziek is Herman Brouwer geweest.

Het is bekend dat de Amerikaan T. A. Edison en de naar de USA uitgeweken Duitser E. Berliner dingen om de titel van uitvinder van de fonografie. De eerstgenoemde slaagde er in 1877 als eerste in om geluid vast te leggen op een cilinder. De tweede is de uitvinder van de grammofoon(plaat) in 1887.

Vanaf het einde van de negentiende eeuw wordt de cilinderfonograaf in België gecommercialiseerd. Vanaf 1897 vertegenwoordigt Frank Dorian de Columbia Phonograph Company General in Parijs maar, waarschijnlijk omwille van hoge douanerechten, geschiedt de bevoorrading van in Amerika gemaakte Columbia cilinders en afspeelapparatuur vanuit Antwerpen. Om met Pathé te concurreren begint Dorian spoedig eigen opnamen te realiseren met Franse artiesten. In 1900 verhuist Dorian zijn Europese hoofdkwartier naar Londen. Columbia zal de firma van Carl Lindström verwerven in 1926, inclusief de Parlophone en Odeon-labels, en twee jaar later, Pathé Frères.

De gebroeders Pathé, die Edisons fonograaf in Frankrijk al vanaf 1894 verkopen, openen een filiaal in Brussel (Compagnie Centrale des Machines Parlantes, later omgedoopt tot Théâtre du Cinématographe). Vanaf 1898 hebben ze bij Pathé in elk geval de Brabançonne in hun cataloog opgenomen. In 1908 wordt door Pathé in Vorst een studio geïnstalleerd en later een fabriek die tot in de jaren dertig zou bedrijvig blijven. De grammofoonplaten van Pathé worden in België onder het label Diamond geperst. In 1934, in volle crisisperiode, is Pathé geliquideerd.

Edison zelf heeft Europese filialen van de National Phonograph Company geopend in 1899, niet alleen in Brussel maar ook in Londen, Parijs, Berlijn, Wenen, Milaan. Bij de verhuis van World's Phonograph Co., een verkoopwinkel van Edisons fonografen, van Rokin 140 naar Rokin 83 in Amsterdam, kan men op de affiche van de begeleidende verhuis lezen: 'fabriqué dans les usines d' Edison à Orange N.J. (Et. U.) et à Paris, Berlin et Bruxelles, ainsi qu'en Angleterre'.

In 1898 vestigt Frederik Willem Jambroes van Bemmel Wortman zich in Amsterdam als directeur van het eerste officiële hoofdagentschap voor Nederland, België en Kolonieën van The Gramophone Company van Groot-Brittannië (Agence Générale pour la Belgique et la Hollande du Gramophone Company Limited). Volgens een krantenartikel bij de vijfentwintigste verjaardag van van Bemmels agentschap wordt gezegd dat hij in 1894 als eerste in Europa de grammofoon van Berliner heeft geïntroduceerd (nog voor de oprichting van de Gramophone Company in Groot-Brittannië in 1898). In België heeft de firma een kantoor op de Place Communale, 9, in Molenbeek (cf. Ral, J., Bijnens, J. (1997), A history of EMI in Belgium). In Amsterdam zal het hoofdagentschap voor Nederland en België geleid worden door Maurits Stibbe en later door diens zoon Henk Stibbe. Wortman moet van in de beginjaren strijd leveren met de parallelimport van machines en grammofoonplaten uit Duitsland, Frankrijk en de USA. Er bestaat onenigheid over Wortmans positie als vertegenwoordiger van de Gramophone Company voor België: in 1901 wordt hij door Henri Cerf (Rue de la Madeleine, Brussel) geconfronteerd. Die heeft van de Parijse afdeling van de American Gramophone Company het monopolie verkregen om grammofoons te verkopen in België vanaf mei 1898, voor Wortmans aanstelling dus. In 1904 wordt de Belgische markt onder het management van de Compagnie Française du Gramophone in Parijs ondergebracht. Die zal zelfs een opnamestudio bouwen in Vorst. Een jaar later zal Wortman samen met zijn zoon een nieuwe firma stichten: The American Import Company. Via de banden met de Deutsche Grammophon Gesellschaft (die trouwens een Belgische serie onder het label Favorite Record zal uitbrengen) blijft de Franse firma tijdens de Eerste Wereldoorlog zaken doen met de Duitsers. In 1932 verhuist de firma naar de Boulevard Maurice Lemonnier, 171 te Brussel. De Belgische afdeling behartigt dan de zaken voor het territorium van Luxemburg. Er worden grote winkels geopend in Antwerpen en in Brusselse Nieuwstraat in 1926. Een jaar later wordt een winkel geopend in de Koningsgalerij te Brussel, die er nog steeds is in 1998. Na de fusie, tengevolge van de economische crisis, in 1931 van de Gramophone Company Ltd. en de Columbia Graphophone Company Ltd. tot Electrical and Musical Industries Ltd. (EMI) wordt alle activiteit van Columbia in 1934 - dan is Columbia al 15 jaar in zaken in België - ondergebracht onder de Belgische branche van de Compagnie Française du Gramophone. Op 23 november 1936 wordt de Belgische firma S.A. Gramophone N.V. opgericht na de merger in Frankrijk van de Compagnie Française du Gramophone met de Compagnie Générale des Machines Parlantes Pathé Frères (welke merger de naam Les Industries Musicales & Electriques Pathé Marconi zal krijgen). Victor Staelens, vertegenwoordiger van Columbia voor de merger met Gramophone, wordt aangesteld als manager van de nieuwe Belgische naamloze vennootschap Gramophone. In 1954 heeft de Parlophone Company nog de alleendistributie van de labels Parlophone en Odeon voor België toegekend aan Discobel (en ook aan diens perserij Sobedi), maar in 1961 neemt Gramophone de distributie van Parlophone/Odeon over van Discobel. Begin 1971 wordt de naam van de Belgische vestiging van EMI veranderd van Gramophone in S.A. E.M.I. (Electrical & Musical Industries) Belgium N.V..

Music for Pleasure (MfP), budgetlabel, opgericht in 1965 samen met de Paul Hamlyn Publishing Group, maar in 1971 overgenomen door EMI, blijft in België aanvankelijk een onafhankelijke firma, gemanaged door André Sarboer. Henri Heymans wordt de drijvende kracht achter International Bestseller Company (IBC) met aandacht voor nationaal repertoire; maar zowel de cataloog van IBC als van de moederfirma MFP Belgium worden in 1983 overgedragen aan EMI Belgium voor distributie.

Ondanks het feit dat de Belgische markt van bij het begin al een importmarkt geweest is, zal men constante pogingen zien van fonografie-entoesiastelingen om zich als onafhankelijke op de Belgische fonogrammarkt te vestigen. Rond 1913 richt zo'n fonografie-entoesiasteling, een zekere Moeremans, in Gent de firma Chantal op. Chantal importeert grammofoons. De firma komt de eer toe de eerste echt Belgische grammofoonplatenfirma te zijn. Na de Eerste Wereldoorlog neemt Chantal grammofoonplaten op en perst ze tot in 1932 onder volgende labels: Chantal, Chantal Aiguille, Chantal à Saphir, Chantal Bijou, Vocalion, Broadcast. Terzijde: na de Eerste Wereldoorlog is ook nog de firma Crystal bedrijvig geweest.

De eerste opnamen van Chantal zijn, net als die in het buitenland - men denke aan Enrico Caruso voor Gramophone - opnamen van 'grote stemmen' van Belgische operazangers als André Darkor en Armand Crabbé. De economische crisis en de opkomst van de radio worden als oorzaken genoemd voor het faillissement van Chantal. In 1932 wordt Chantal overgenomen door de firma Edison-Bell, welke in 1935 ook al failliet wordt verklaard en wordt overgenomen door Sobedi (Société Belge du Disque) onder direkteurschap van F. Janssens die zich speciaal toelegt op de Belgische markt en ook start met het uitbregen van Vlaams repertoire.

F. Janssens brengt grammofoonplaten uit op het label Olympia. Sobedi bouwt zelf een opnamestudio in de Brusselse Lemonnierlaan maar blijft grammofoonplaten persen in de oude Chantal-perserij in Gent.

Soms zoeken de grote buitenlandse merken een lokale vertegenwoordiger - zo vertegenwoordigt Sobedi onder meer Gramophone-HMV, Pathé, Columbia en Polydor en perst het ook voor hen. In tegenstelling tot latere exclusieve licentie- of distributiecontracten worden merken soms nog door verschillende firma's vertegenwoordigd. Zo is Telefunken in 1937 op de Belgische markt nog vertegenwoordigd door verschillende agenten. Maar vaak zullen de grote buitenlandse merken pogen de markt binnen te dringen met een eigen filiaal.

In 1937 nemen volgende merken deel aan een week van de grammofoonplaat: HMV, Columbia (al aanwezig op de Belgische markt omstreeks 1920), Pathé, Regal, Odeon, Parlophone, Polydor, Brunswick, Decca en twee kleinere Jap en Regal. Jap en Regal worden nog vertegenwoordigd door vier firma's: Gramophone (HMV), Fonior (dat ook Decca vertegenwoordigt sinds 1934), Discobel (welke in 1939 Parlophone zal vertegenwoordigen) en Ultra-Electric (Polydor).

In 1940 zijn verschillende prijscategorieën door de syndicale kamer, de overkoepelende vereniging van Belgische grammofoonplatenproducenten, vastgelegd voor volgende grote merken: Crystal, Decca, Impérial Belge, Impérial d'Importation, La Voix de son Maître, Columbia, Pathé, Electrola, Odéon, Polydor en Brunswick. In 1941 is een kleine firma bedrijvig onder het merk Tempo, evenals Anvers Radio (die onder meer Olympia en Silver Bell exploiteert. Anvers Radio, onder leiding van Wolfgang Goldschmidt & Philippe Vanden Borre zou ook nog Telefunken, ABC-Paramount, Command, Fonit, Cetra, Elite, Audio Fidelity en Evolution verdelen). In 1946 treedt Sobedi (met het Olympia-label) als nieuw lid toe tot de syndicale kamer (niet te verwarren met de distributiefirma Cobedi).

Uit een artikel van november 1959 in Juke Box: 'Hoe krijg ik inlichtingen over een plaat? Waar kan ik een catalogus aanvragen? Wie kan mij gratis een foto bezorgen? Dat zijn drie vragen, die onze lezers voortdurend stellen. En het antwoord is zo eenvoudig: 1. Kijk op het etiket naar het merk van de plaat. 2. Zoek dan het adres in onze lijst. 3. Schrijf een briefje aan de firma in kwestie, gericht aan de afdeling platen'. Volgende merken staan in de lijst met hun respectieve verdelers: Olympia, Hifi records, Vis Radio (Cobedi, Brussel), Century (Century, Oostende), Imperial, Roulette, Parlophone (Discobel, Brussel), Mercury, Victory, Festival (Discotrade, Brussel), Vogue, Pye, Nixa, Pop, Seeco (Discovogue, Brussel), Elspor (Elspor, Antwerpen), Decca, Omega, London, Dot, Versailles, Fiesta, Cetra, Cid, Barclay (Fonior, Brussel), Capitol, Columbia, HMV, VSM, MGM, Pathé, Electrola, Fonit (Gramophone, Brussel), RCA, Camden, VIK (Inelco, Brussel), Moonglow, Chancellor, Champ (Moonglow, Antwerpen), Philips, Fontana (Philips, Brussel), Coral, Brunswick, Polydor, Heliodor (Siemens, Brussel), Palette, Kapp (Sonodisc, Brussel), Durium, Smash, Top Rank (Sonobel, Brussel), Tonalty, Delahaye (Tonalty, Antwerpen), Verve (World Record Co, Antwerpen). (Aan het hoofd van Sonobel stond Pierre Borzée en verdeelde Musidisc, Everest, America, Pickwick, Durium, Vergara, Turnabout, Period, Transatlantic)

Voor de fusie in 1962 van Philips (met het Phonogram-label) met het door Siemens gecontroleerde Deutsche Grammophon Gesellschaft (met het Polydor-label) tot PolyGram, is in België de AEG-arm van de AEG-Telefunken trust vertegenwoordigd geweest door Polydor-Deutsche Grammophon Gesellschaft en de Teldec-arm (gespreid over Telefunken, Decca en RCA) door drie firma's, te weten Anvers Radio voor wat Telefunken betreft, Fonior voor wat Decca (sublabel Omega, Weekend) betreft en Inelco voor wat RCA betreft. Anvers Radio, zelf gespecialiseerd in Duitse Unterhaltungsmusik en ook klassiek, zou voor België ook nog Brauer-Hebra (die ondermeer Ray Franky - "Oh Heideroosje", "Wat je naam is dat ben ik vergeten" - opneemt) vertegenwoordigen. Brauer werd geleid door Regine Brauer en Jean Darlier. Aan Brauer-Hebra waren de muziekuitgeverijen Vedette, Blue Jeans, Carish en New Music verbonden.

Tussendoor mag gewezen worden op het feit dat Belgisch Kongo ook nog voor een niet te onderschatten afzetmarkt heeft gezorgd, vooral in het akoestisch-mechanisch 78-toeren-tijdperk dat in de ontwikkelingslanden langer heeft geduurd.

Even terug nu naar Fonior. E.W. Pelgrims de Bigard zal in de muziekbusiness stappen door in 1928 een grammofoonplatenzaak te openen in Brussel: La Maison Bleue. In 1929 richt hij de NV Fonior op, begint vanaf 1932 te importeren, bekomt in 1934 de exclusieve verdeelrechten van de cataloog van de Britse Decca en opent een jaar later een opnamestudio in Brussel. Er komt nog een complete perserij, inclusief galvano-uitrusting bij, Fabeldis (Fabrication Belge de Disques) geheten, zodat alle stadia van het productieproces worden gecontroleerd (inclusief een hoezendrukkerij). La Maison Bleue zal trouwens uitgebreid worden tot een winkelketen met 21 verkooppunten en vanaf 1950 tot rack jobbing op meer dan 250 verkooppunten. Fonior heeft halfweg de jaren vijftig perserconcurrent Discopress (perserij van de firma Victory) en in 1969 Sobedi (perserij van Olympia) opgekocht en ze samen met Fabeldis verenigd in Sobelpress ('So' van Sobedi, 'bel' van Fabeldis en 'press' van Discopress). Daarmee zijn de oudste grammofoonplatenpersers van België ondergebracht onder één dak. Fonior zal overigens ook de met de perserijen verbonden belangrijke labels van het eerste uur in handen krijgen: Victory (dhr. Braunstein) en Olympia (F. Janssens, die ook een perserij heeft). Fonior heeft vier studio's gehad (een grote op de Koolmijnkaai, een kleine in Jette, een van Philips overgekochte en een aan het Brusselse Centraal Station. Voor de anekdote: Decca-promotieman Roland Uyttendaele zal Ivan Heylen ontdekken. Uyttendaele zal opduiken in het verhaal rond de firma Paradiso. En Al Van Dam heeft jarenlang (1962-1975) producer gespeeld bij Decca-Fonior (en er zijn vrouw Rina Pia, eerder onder contract bij Barclay, geïntroduceerd).

In het begin van de jaren zeventig vormt Fonior de kern van de International Pelgrim Group (IPG) die in 1974 Discotrade en in 1975 Laboratoire Galvanoplastic opkoopt. IPG is een kleine holding geworden met 81,5% van de aandelen in Maison Bleue en 11,5% in Sobelpress, dat op dat ogenblik 60 tot 80% van de in België aangemaakte grammofoonplaten perst. IPG heeft ook 10% in de Franse firma Areacem, die meer dan een vierde van de Franse productie perst, onder meer als Safrason. Fabeldis construeert en verkoopt zelf persen. Bovendien controleert IPG de Nederlandse platenfirma Dureco (Dutch Recording Co). Alle Dureco-activiteiten in de Benelux worden namelijk gecontroleerd door de Belgische holdingmaatschappij Cidomega waarin Xavier Pelgrims de Bigard de grootste aandeelhouder is. Na het faillissement van Fonior richt Dureco-Nederland opnieuw een bijhuis op in België. Dureco zal trouwens overleven als apart label op de Belgische markt. Dureco presenteert zich begin 1997 als 'the major independent', verdeeld door Music Net en richt het Zaika-label opgericht voor singer-songwriters (zoals Philip Robrechts en Rocco Granata). Eerder had Dureco al de labels Tatto (rock & blues) en Acid Jazz het leven in geroepen. Aan het hoofd van Dureco staat Arthur Praet.

In 1978 koopt Sobelpress nog Fonopers op. Fonopers is opgericht door dhr. De Keyzer die, wegens een geschil over de vestigingsplaats van de gravure-uitrusting, Foon, de grammofoonplatenperserij aan zijn mede-initiatiefnemers laat. Fonopers is in 1973 al door Rocco Granata overgenomen. Foon blijft bedrijvig als mastering-firma later ook voor CD-pre-mastering, het laatste naast Digipro, Inter Service Press, Sonare. Terloops, enkele andere kleinere bedrijven zullen zich als grammofoonplatenpersers presenteren: Fonoplatencentrale Harry's van S. Verbeeck te Heist-op-den-Berg en NTT (Nieuwrode ToonTechniek) van Paul Smit. Die is trouwens zowel in grammofoonplatenperserij als in de persconstructie bedrijvig, zelfs op internationaal niveau.

In 1980 is Fonior, waar onder meer De Strangers, Willem Vermandere en Wim De Craene onderdak hebben gevonden, failliet: een te gepersonaliseerde leiding, conjuncturele moeilijkheden, een sociaal conflict in de perserij die zou gerobottiseerd worden, het faillissement van de Decca-groep (overgenomen door PolyGram), de geslotenheid van de Franse markt voor Engelstalige producten ... plaatsen de familie Pelgrims de Bigard voor financiële moeilijkheden. De firma wordt ontmanteld en Dureco koopt de resten van de firma. Sobelpress wordt overgenomen door Elpeco/Druco, dat gecontroleerd wordt door de grootwarenhuisketen Colruyt. In de eerste helft van de jaren tachtig realiseert Elpeco 70 % van de Belgische producties. De muziekuitgeverkant van Fonior gaat naar Hans Kuster. De kleine opnamestudio van Fonior in Jette wordt opgekocht door Adamo.

Dureco zal de eerste cd-perserij in Nederland installeren in augustus 1987, enkele maanden voor Inter Service Press (NTT) in België hetzelfde doet. Later koopt Dureco ook een cd-perserij in Frankrijk van LorDisque. Half 1989 koopt Cidomega bovendien de Noorse cd-fabriek, EGVA CD en doopt ze om tot Dureco Norge. In 1998 fusioneert het Oostenrijkse Koch met het Nederlandse Dureco tot KdG, met aan het hoofd de Franse gedelegeerd bestuurder Pierre-Antoine Berthold, sinds 1989 cd-perser.

DE MAJORS

BMG ARIOLA

In 1958 wordt in Duitsland de fonogramfirma Ariola opgericht binnen het Bertelsmann-conglomeraat. Met de koop in 1979 van het Amerikaanse Arista door Ariola-Eurodisc wordt deze laatste kandidaat voor worldwide major. In 1986 koopt Ariola de Amerikaanse major RCA. Deze Radio Corporation of America had in 1929 Victor opgekocht, dat zelf teruggaat op de eerste fabrikanten van grammofoonplaten en ook op de ontwerpers van het Nipper-logo (met de hond voor de trechter). Sinds 1987 worden alle labels gegroepeerd onder de naam Bertelsmann Music Group (BMG). BMG heeft ook nog een joint venture met het new age-label Windham Hill en is ook eigenaar geworden van het Franse Vogue en het Italiaanse Ricordi. BMG is ondermeer nog bedrijvig in merchandising en heeft in BMG Music Publishing één van de grootste muziekuitgeverijen (met onder meer sinds 1989 ook de Belgische World Music Publishing Group, opgericht door Jack Kluger en Felix Faecq en met songs van ondermeer Jacques Brel).

Wat België betreft moeten we teruggaan tot Inelco (International Electronic Company), dat gesticht is door de broers Goemaere. Inelco bezit eveneens muziekuitgeverij Universal Songs, welke later gelieerd geraakt met BMG. Het is dit Inelco dat het Amerikaanse RCA mag verdelen vanaf 1957. Inelco is vooral bedrijvig in elektronisch materiaal en grammofoonplaten maken slechts zo'n 20% uit van het zakencijfer. Vanaf 1 mei 1979 is in België NV RCA een zelfstandige afdeling binnen RCA-Benelux. Oorspronkelijk blijft RCA nog verdeeld door Inelco, maar vanaf 1982 zet het een eigen distributie op.

Ariola-Eurodisc Benelux NV, fonogramlabel van Bertelsmann wordt tot 1978 eveneens verdeeld door Inelco maar vanaf 1979 door Record Service Benelux (RSB). RSB, gevestigd in Breda, is gezamenlijk opgezet door WEA België, WEA Nederland en Ariola Benelux. Later treedt PolyGram Nederland en PolyGram België toe. Na de overname van PolyGram door Universal in 1998 neemt Universal de plaats in van PolyGram in RSB.

Ariola vertegenwoordigt aanvankelijk ook Virgin tot Virgin in 1982 een eigen filiaal opricht (geflankeerd door een muziekuitgeverij: Virgin Belgium). Ariola Benelux, EMI/Bovema en Virgin Benelux brengen in elk geval samen verzamelelpees uit en na de overname van RCA door BMG-Ariola wordt dit Tv-merchandising-team, EVA (van EMI, Virgin en Ariola) uitgebreid met RCA. Die samenwerking wordt uitgebreid tot normale studioproducties onder een joint venture met het Imperial-label (1986). Bij gelegenheid wordt een gelegenheidsproject opgezet door EVA met PolyGram (Peva) voor 'de Pre Historie', een compilatiereeks die verkooprecords in België zal vestigen. EVA wordt ook opgestart in Nederland, Engeland en Scandinavië. Met de contracten die door independents met de EVA-majors worden afgesloten (EMI-Antler, BMG-N.E.W.S. en Virgin-Play That Beat) heeft EVA sinds 1996 ook een belangrijk nieuwe impuls voor de dansmarkt. Sinds mei 1999 sluit ook Zomba/Rough Trade aan bij EVA.

Door de fusie in 1985 van RCA, dat sinds 1979 ook met een eigen muziekuitgeverij bedrijvig is, met Ariola ontstaat een sterke zelfstandige onderneming: RCA Ariola. In 1988 wordt de naam RCA Ariola omgedoopt tot BMG Ariola NV (geflankeerd door muziekuitgeverij BMG Ariola Music, lange tijd gerund door Linda Van Waesberghe, alias Mama Linda, die na een tussenstap bij Talent Factory als zelfstandige muziekuitgever start maar ook voor Lowlands muziekuitgeverij werkt en als manager van de Vlaamse topformatie Clouseau). In 1989 wordt door BMG Ariola Benelux een rackjobber-afdeling opgericht: Ariola Express. Eveneens in 1989 wordt door BMG Ariola een direct marketingafdeling opgericht en CD-postorderverkoop georganiseerd via CD-Idee, samen met uitgeverij Roularta onder meer via diens magazines (Knack). Eind 1989 neemt, zoals gezegd, BMG Music Publishing de World Music Publishing Group over in de Benelux. Alle afdelingen in Europa worden vanaf 1990 van importproducten voorzien door een speciale import divisie in het West-Duitse Gutersloh.

BMG Ariola Benelux koopt zich in 1994 ook in in de Nederlandse independent Dino Music Benelux en diens muziekuitgeverij TBM (Tony Berk Music). Half 1994 neemt BMG Ariola een 49% aandeel in N.E.W.S. (Serious Beats), die onder meer ook nog instaat voor de verdeling van Bonzaï Records (tot eind '98), een van de meest succesvolle dance indies, voor een wereldwijde distributie.

Sinds 1992 controleert BMG ook het Franse Vogue. NV Vogue Productions Internationales Phonographiques (Vogue P.I.P.) is in 1958 opgericht als een filiaal van de Franse Vogue via overname van Discovogue. De voornaamste aandeelhouders in de laatste zijn Ilia Bronstein, general manager van de Victor Company, en de Société de la Galvanoplastic Belge. De Belgische Vogue, onder leiding van Roger Meylemans (die later RM Records opricht) heeft een 50% participatie in de Nederlandse VIP Records NV. Vogue verdeelde de labels Reprise, Warner Bros., Pye, AZ, Kapp, Belter en Elektra. Begin 1986 gaat de Belgische Vogue failliet. De Franse blijft nog even zelfstandig bestaan.

De crisis in de muziekindustrie wordt als oorzaak van het faillissement genoemd. Producer Roland Verlooven (alias Armath) heeft Willy Sommers gelanceerd bij Vogue (begin 1997 breekt Willy Sommers met Roland Verlooven en begint met John Terra als producer te werken). Verlooven zal ook hits schrijven voor Bart Kaëll en Truus. Ook Miek en Roel hebben sinds 1976 met Roland Verlooven opnamen gemaakt voor Vogue. Na het faillissement neemt rack jobber Sonica Vogue over en vormt ze om tot distributiefirma Distrisound.

Scooter mag in 1981 voor Ariola zijn eerste LP opnemen, met daarop de hitsingle 'You'. Dirk Blanchart en Elisa Waut zijn door Jan Theys bij BMG-Ariola onderdak gegeven in de tweede helft van de jaren tachtig. Op het artiestenrooster bij BMG-Ariola staan onder meer Helmut Lotti (die later voor het label van zijn manager Piet Roelen gaat opnemen en een deal sluit met PolyGram), Sanne en Bart Kaell (tot diens overstap in 1993 naar Sony) als typisch Vlaamse en Vaya Con Dios (sinds 1987) als internationale Belgische artiesten. Die worden - net zoals Warner Music en EMI Music al daarvoor - sinds eind 1996 in een pan-Benelux operatie opgenomen, met wel nog een onafhankelijke promotie, marketing, A&R. Lowpass vindt in 1997 een onderdak bij BMG-Ariola. In mei '98 sluit BMG Belgium een long-term deal met de Brusselse franstalige indie AMC. Later vindt AMC onderdak bij EMI. Luc Van Acker mag sinds 2000 onder de paraplu van BMG een eigen label opstarten: Les Enfants Terribles.

ROADRUNNER/ARCADE

Keren we, in de rand van het BMG-verhaal, nog even terug naar Inelco. Sinds Inelco RCA heeft moeten loslaten, slaagt het er niet meer in het hoofd boven water te houden. In 1983 gaat het failliet en Bert Burm reorganiseert de firma onder de naam NV Indisc (Inelco Disc) met nog vestigingen in Frankrijk en Nederland. De Nederlandse Arcade wordt in België en Frankrijk door Indisc verdeeld en Arcade verdeelt op zijn beurt in Nederland de Belgische Indisc-produkten. In 1990 wordt door Indisc het Buzz-label gelanceerd voor dansmuziek. Indisc verdeelt ook gerenommeerde internationale labels zoals Mute (UK), Tommy Boy (US), Stiff (UK) en Rough Trade (UK). Met het vertrek van Burm in november 1990 (Burm zou niettemin verder gaan in de muziekbizz met de oprichting van zijn eigen label Alora) verklaart de president van Arcade International (dat trouwens de vroegere Britse firma heeft overgenomen in 1984) dat Indisc Benelux van naam zal veranderen in Arcade Music Company maar dat het label Indisc zal blijven bestaan binnen Arcade. Arcade is traditioneel bedrijvig in Tv-producties of Tv-merchandising (naast een andere belangrijke firma, K-tel). Het heeft een retail-keten (The Music Store met 30 winkels in 1991), wholesale (Discourier) en vanaf 1991 zit Arcade ook in publishing (Arcade Music Publishing). In mei 1991 wordt een independent distributiearm opgezet voor Duitsland, Nederland en België, Arcade Distribution Services (ADS).. Bij die gelegenheid wordt het voornemen kenbaar gemaakt na Nederland, België, Parijs, Londen en Madrid ook kantoren te openen in Dusseldorf, Stockholm en Rome. In '98 laat Arcade echter zijn producten verdelen door DOCData.

Begin 1993 neemt de Arcade Entertainment Holding (eigenaar van het Arcade-TV-label, Vanguard Classics, winkelketen The Music Store, groothandelaar Discourier, commerciële radiostation Power Radio en Radio 10 Gold, Studio Star Inc. en Arcade Music Publishing) CNR over. CNR (nu ook met het Nederlandse Telstar-label, waarvoor Eddy Wally opneemt) is dan op het hoogtepunt van zijn succes in België. In de deal zit ook de klassieke muziekcataloog Sound Products. De nieuwe firma zal CNR/Indisc heten en die zou dan 14% van de Belgische markt bezitten.

De Arcade Entertainment Holding koopt ook CNR Records Sweden en CNR Nonstop in Noorwegen. Eind 1994 worden door AEH drie muzieklabels gegroepeerd: CNR Music, Vanguard Classics en Arcade TV. Begin 1995 kondigt Arcade (dan eigenaar van de commerciële radiostations Radio 10 Gold, Love Radio en Concert Radio) aan tegen mei van dat jaar met twee commerciële Tv-stations te zullen starten: Arcade TV (met 24 uur per dag videoclips) en TV 10 Gold (met 12 uur per dag vooral (oudere) series); maar het blijft bij een muziekkanaal op de kabel: The Music Factory. TMF wordt, met zijn aandacht voor lokaal product, zelfs concurrent voor MTV; op 3 oktober 1998 start TMF met een Vlaamse kabel-tv-zender. Begin 1996 neemt de Nederlandse uitgever Wegener de Arcade-groep over voor 400 miljoen gulden (bijna 200 miljoen dollar), om naast zijn gedrukte uitgaven uitgaven (ondermeer 15 titels van Nederlandse regionale dagbladen) te diversifiëren in radio, TV en kleinhandel. Daarmee wordt Wegener de tweede grootste gediversifieerde mediagroep in Nederland na VNU. Over het in 1995 opgezette kabelkanaal TV 10 (naast The Music Factory) starten begin 1997 onderhandelingen die moeten leiden tot de controle van het Amerikaanse Saban Entertainment (kinderprogramma's) over TV 10.

Nog even terug naar CNR. Het Nederlandse CNR, net voor de Tweede Wereldoorlog opgericht door Cornelus Nicolaas Rood, heeft sinds 1986 een filiaal in België, naast vestigingen in Scandinavië als onderdeel van de CDB-groep. In 1987 verkoopt Willem Van Kooten zijn 50% aandeel en PolyGram zijn resterende 50% in de fonogram- en videofirma CNR en zijn Belgische onderafdeling aan een Zweeds financieringsbedrijf, de Farel-Gruppen (75%), en aan CNR-managing director Cees Baas. Hun parapluorganisatie heet de Face Holding, die in 1989 ook nog de Hollandse platenfirma Sound Products opkoopt. Van Kooten, die de productiefirma, Red Bullet Productions (met hitproducer Jaap Eggermont), en de uitgeverij Nada Music behoudt, gebruikt het geld met de bedoeling een Europees satelliet-radioprogramma op te starten (Cable One: 80% in Engels, 10% in Nederlands en 10% in Duits). CNR heeft een eigen verdelingsdienst en doet aan Tv-compilatieverkoop via CNR-Paradiso.

In 1996 koopt Arcade het Spaanse Divucsca en het Franse Flarenasch. In 1997 neemt Arcade een minderheidsparticipatie in de DCP Holding Ltd. (eigenaar van dance-ondernemer Duncan Stutterheim, met organisatie van rave events, dance label en publisher, alle onder ID&T, het magazine Thunderdome, merchandising en kleding; het met DCP verbonden M-Design, een multimedia-firma, is ook in de deal betrokken). Half 1998 breidt Arcade uit naar Noord-Europa en opent een kantoor in Denemarken. Half 1998 reorganiseert het Nederlandse Wegener zijn Franse musicretailing-divisie Arcade Music Company France (AMCF) in een nieuwe joint venture, waarin het de controle moet afstaan aan Wagran Equity Partners (Wegener houdt slechts 20%). Eveneens half 1998 opent Arcade een kantoor in de Beverly Hills, Californië om er onder meer in licentie de Thunderdome-dansacts uit te brengen. Eind 1998 koopt Wegener Arcade board member, Bert de Liefde (en diens SilverMinds Music & Media) van Wegener de 75 winkels van winkelketen Music Store, Arcades klassieke muziek-label, Vanguard Classics, verscheidene klassieke muziekmagazines en het radiostation Concert Radio. Begin '99 sluit de Wegener Arcade Group als gevolg van de slechte resultaten z'n Duitse filiaal.

In 1996 heeft Arcade (of CNR) in België Soapstone, Sabien Tiels, Sha-na, Petra en Sam Gooris onder contract. Via een contract met producer Jack Rivers (label JRP) worden ook Jo Vally en Wendy Van Wanten op CNR uitgebracht.

Sinds 1997 is het Creastars-label met sublabel Backbone Records (The Wizards of Ooze, Isabelle A, Pop in Wonderland), opgericht in '88 door Peter vanderhallen en Jean Bosiers, geïntegreerd in Arcade. Arcade heeft ook een deal met Nice & Easy, label/muziekuitgever waarop Sha-Na producties (geschreven door Felix Raymond) uitbrengt/uitgeeft, evenals met Game Records/International Publishing, label annex muziekuitgeverij (van Carolina Guilini) waarop Def Dames Dope uitgebracht/uitgegeven worden. In 1998 wordt Alora, label van ex-Indisc Bert Burm bij Arcade ingelijfd; de laatste wordt general manager van CNR Music. Ook nog in 1998 worden er diverse deals gesloten met het Britse Big Life (dat echter eind '98 in de problemen komt), het Britse Telstar Records (dat deels eigenaar is van het Big Life-label), het Nederlandse dancelabel Mid-town (dat zelf gestart is in '88 als een platenzaak in Rotterdam en de volgende labels onder zijn hoede heeft: Midtown Records, Rotterdam reocrds, Terror Traxx, X-trax, Interdance, Blue Records en 3AM records) en de Belgische dance-indies Diki Records en Target. De deal met het Nederlandse gabber-label ID&T wordt verlengd. Arcade heeft dan ook een deal met Hans Kusters (HKM) tot beide partijen de deal eind '98 afbreken. HKM zal een deal sluiten met Dino/BMG. De deal met het Cherry Moon-label (CM), waar Hans Kusters ook in participeert blijft wel lopen. In '98 bereikt Arcade België ook een marketing en promotie-deal met de Brusselse indie PLM (Private Life Music) met sublabel Noise Traxx, dat zelf zeer nauwe banden heeft met diverse Italiaanse dance-indies. In '98 richt Arcade België ook het label Bit Music voor alle dancereleases en sublabel Earcrash records voor gabber en hardtrance-producten. Begin '99 sluit Arcade ook een deal met het Waalse Chryslie Music (met labels Chryslie Music, Pomme Music, dreyfus en Delphin) om zijn positie in Wallonië te verstevigen.

Eind 1999 beslissen SBS (VT4 in Vlaanderen, SBS 6 en Net 5 in Nederland) en de Arcade Media Groep (TMF, Nederlandse radiozenders Radio 10 Gold, Love Radio en Business Nieuws) verregaand te gaan samenwerken, maar begin 2000 wordt gezegd dat het bod van SBS op TMF te laag zou zijn en dat telecom- en kabelbedrijf Versatel, op zoek naar content, onderhandelingen voert voor de overname van de aandelen van TMF. Eind 1999 verkoopt Wegener de muziekuitgeverij van de Arcade Music Group aan de oprichter van de muziekuitgeverij (1991), André de Raaff (ondertussen oprichter van Corbeau Entertainment en Music Publishing), en aan de Nederlandse muziekuitgever Strengholt, ieder voor 50%; maar Arcade Wegener blijft een afgeslankte muziekuitgeverij exploiteren. Begin 2000 wordt de Nederlandse Arcade Music Group (eigendom van de Nederlandse mediagroep Wegener Arcade), met kantoren in België, Spanje, Noorwegen, Zweden en Denemarken en met de labels CNR voor pop en nationaal repertoire, Bit voor dance en Arcade voor (TV-)compilaties, voor 150 miljoen dollar opgekocht door de andere grote Nederlandse indie, Roadrunner (opgericht door Cees Wessels 20 jaar eerder en eigendom van parent WBG Beheer BV), rock-label met kantoren in de USA, UK, Frankrijk, Duitsland, België, Australië, Brazilië, Japan. Op die manier ontstaat een grote independent, Roadrunner Arcade Music (RAM) op wereldvlak. Het Arcade-label zal behouden blijven voor alle Europese activiteiten buiten Nederland. Even later verwerft de Duitse label groep, edel, 17% in WBG B.V., de holding van de Roadrunner International Group, die Arcade dus heeft verworven van de Nederlandse media groep Wegener Arcade (edel doet al de distributie van Roadrunner in Duitsland en de USA). Daarmee tekent zich een mogelijke verdere configuratie af: edel (Eagle Rock, PIAS) - Roadrunner - Arcade. Gesticht in 1986 werkt de Duiste edel Company Music AG zich op tot één van de grootste independents. Halfweg 1999 sluiten enkele van 's werelds leading independent labels een joint venture in Scandinavië: het Duitse edel, het Belgische Play It Again Sam en het Britse Mute en Beggars Banquet (met sublabels XL en 4AD. In augustus 1999 koopt edel een 74.9% aandeel in PIAS. Eind 1999 verhoogt het Hamburgse edel zijn aandeel in de Britse Eagle Rock van 17 naar 54%. Maar half 2001 wil PIAS edels meerderheidaandeel in de firma overkopen.

WARNER MUSIC BENELUX

Het Warner Communication-concern verwerft in 1967 in de USA fonogramfirma Atlantic en in 1970 Electra. De firmanaam voor de fonogramafdeling wordt WEA (Warner-Electra-Atlantic). In 1988 verwerft WEA in Duitsland Teldec (van Telefunken en Decca). In 1989 fusioneren Time Inc. en Warner Communications Inc. tot Time Warner Inc. en later wordt het WEA-label vervangen door Warner Music en sublabel East West. Warner is ook eigenaar geworden van het Sire-label. Ondertussen hebben Japanners (onder meer Toshiba) ook een minderheidsparticipatie in Time Warner Inc. Warner is eigenaar van één van de grootste, zoniet de grootste muziekuitgeverij ter wereld, Warner Chappell. In 1987 fusioneren namelijk Chappell/Intersong, eigendom van PolyGram en op dat moment de grootste muziekuitgever, en Warner Bros. Music, eigendom van Warner Communication, de tweede grootste muziekuitgeverij ter wereld, tot Warner Chappell. PolyGram heeft in 1984 zijn muziekuitgeverij al verkocht aan een consortium van muziekuitgevers en investeerders, met onder meer Freddy Bienstock, om zijn investeringen in de cd-technologie het hoofd te kunnen bieden. In 1982 heeft Warner al 20th Century/Fox Music verworven. En in 1990 koopt de muziekuitgever nog de Mighty Three Music Group (van het Philadelphia International-label). Begin 2000 verwerft Warner Chappell London U.K.'s muziekuitgeverij, fffr Music.

Wat België betreft: WEA, tot 1977 verdeeld door EMI, wordt in april van dat jaar opgericht als NV WEA. WEA's producten worden aanvankelijk verdeeld door Inelco maar in 1979 door Record Service Benelux (RSB).

Record Service Alsdorf (RSA) is WEA's Europese fabriek. Sinds de internationale groepsvorming in het uitgeverijwezen is in België ook Warner Chappell Music bedrijvig. Eind 1994 worden de Belgische en Nederlandse vestigingen gegroepeerd onder Warner Music Benelux, met twee marketing companies: Eastwest en WEA.

Sinds 1990 heeft WEA een joint venture opgezet met Carrere. Het Belgische filiaal van het Franse Carrere is in 1981 opgericht. Carrere zelf is in 1975 gesticht door Claude Carrere. Carrere België verdeelt onder meer CNR tot 1986, dan wordt CNR zelfstandig. Carrere heeft verder een vaste voet in Zwitserland, Nederland, USA, Engeland en Italië. In april 1989 richt Carrere een Hollands filiaal op dat daar verdeeld wordt door CNR. In juni 1990 sluit WEA International, zoals gezegd, een joint venture met het Franse Carrere, waarbij ook het Belgische filiaal betrokken is. In 1986 heeft Carrere de Eurovisiewinnaar, Sandra Kim ("J'aime la vie") verdeeld. De Kreuners maken hun debuut-LP, ''s Nachts kouder dan buiten', voor WEA in 1981. Nadien zal het label zich concentreren op buitenlandse acts. Deze politiek wordt echter mid jaren '90 doorbroken en Warner Benelux manifesteert zich ook op de binnenlandse markt. Zo tekent Warner Benelux in '98 het Belgische Moondog Jr. en roept het prompt uit als high priority-act voor de binnenlandse markt (voorheen getekend op het Island-label) en de Nederlandse country-act Ilse Delanghe. In '95 komt Warner in het nieuws door - naar aanleiding van de controverse rond de gansta-rap - bij monde van Warner-baas Michael Fuchs te stellen dat "er grenzen zijn aan de artistieke vrijheid". Warner wil zich met deze opstelling (de muziekindustrie moet zijn eigen artistieke grenzen afbakenen) indekken tegen eventuele overheidsacties tegen artiesten en groepen die geweld tegenover individuen veroorzaken, ophemelen of verheerlijken.

Warner Music International verwerft begin 2000 London U.K.

Begin 2000 neemt, via een aandelen-ruil ter waarde van 163 miljard dollar (de grootste overname uit de geschiedenis), America Online, de grootste internet-service provider van de USA, Time Warner over en de naam van de groep wordt herdoopt in AOL Time Warner. Time Warner kan nu waardevolle informatie aanbieden vie AOL: tijdschriften (Time), televisiestation annex nieuwswebsite (CNN, voor 9% in bezit van Ted Turner), Warner Bros-films (The Matrix, Wild Wild West), televisieprogramma's en muziek. Time Warner is ook één van de grootste kabelmaatschappijen in de USA, waarlangs nu Internet-toegang mogelijk wordt. Amper twee weken nadat America Online begin 2000 Time Warner overneemt, maken EMI en Time Warner plannen voor een joint venture, waarin beide voor de helft participeren, voor hun muziekafdelingen: Warner EMI Music (WEMI).EMI is traditioneel sterk in Europa. EMI brengt zijn belangen (42.5%) in de HMV Media Group (van de gelijknamige megastores) niet in de joint venture onder, evenmin zijn aandeel in het Duitse muziekkkanaal Viva en evenmin in het Aziatische muziekkanaal Channel V. Nieuwe media-investeringen in firma's als Musicmaker.com blijven bij EMI, maar zullen operationeel gecoördineerd worden binnen Warner EMI. Warner Music groepeert op dat ogenblik de labels Atlantic, Warner Bros., Elektra, Reprise, Asylum, ook Rhino Enterainment en Sire Records, de independent distributor in de USA Alternative Distribution Alliance (voor 95%), WEA Inc. (de plaraplufirma die USA distributor WEA Corp., WEA manufacturing, packaging firma Ivy Hill controleert, Warner Special Products en Giant Merchandising; Warner heeft een joint venture met Sony in direct marketer Columbia House (en ook in Cdnow Inc.) en joint ventures met 143 Records, Maverick Records (Madonna), Tommy Boy Music (Tommy Silverman, Qwest (Quincy Jones). Onder EMI Recorded Music vallen de voornaamste labels Capitol (sublabels Angel Records voor klassiek en Blue Note voor jazz), Virgin en Priority (voor R&B en rap), de independent distributeur Caroline Distribution, Astralwerks, EMI Christian Group, EMI Special Markets, Forefront Records, Higher Octave, Narada Records, Sparrow Records, USA distributor EMI Music Distribution.

De merger van EMI Music Publishing en Warner/Chappell, respectievelijk de nummer één en twee muziekuitgevers (zelfs na de fusie van Universal en PolyGram) zou nu met voorsprong Universal Music Publishing voorafgaan, zelf gevolgd door BMG Music Publishing. Maar de merger gaat niet door.

EMI MUSIC

In volle crisistijd fusioneren in 1931 de Britse Columbia Graphophone, welke teruggaat op de eerste fabrikanten van cilinders, en de Gramophone Company, welke teruggaat op de eerste fabrikanten van grammofoonplaten, tot Electric and Musical Industries. In 1955 verwerft deze EMI in de USA Capitol. In 1979 neemt Thorn EMI over. In 1989 koopt Thorn EMI zich in in Chrysalis (in 1991 verwerft het Chrysalis helemaal) en koopt het ook de SBK muziekuitgeverij én diens fonogramlabel SBK. Een jaar later neemt EMI ook een participatie in IRS. In 1992 koopt EMI de dan nog laatste grote independent Virgin (waarin nochtans ook al het Japanse Fujisankei voor 25% participeert). EMI exploiteert de HMV-megastores en is eigenaar van één van de grootste, zoniet de grootste muziekuitgeverij ter wereld, EMI Music Publishing. Die heeft de volgende catalogen verworven. CBS Songs, de muziekuitgeverij van de gelijknamige fonogramgroep, met sinds 1945 April Music en Blackwood Music, verwerft in 1982 de muziekuitgeverijen van de filmbedrijven MGM/UA. In 1986 worden al deze muziekuitgeverijen overgenomen door SBK (van Swid-Bandier-Koppelman), welke zelf in 1989 echter opgekocht wordt door Thorn-EMI. In 1990 vindt de Britse Filmtrax-muziekuitgeverij een onderkomen bij EMI (Filmtrax heeft zelf in 1988 de Amerikaanse Columbia Pictures Music Publishing Group verworven, met diens muziekuitgeverijen Screen Gems en Colgems).

EMI is sinds de koop van fonogramfirma Capitol in 1955 ook al eigenaar geworden van diens muziekuitgeverijen Ardmore en Beechwood. Wanneer EMI in 1992 ook nog de muziekuitgeverij van Virgin verwerft, kan het concurreren met Warner Chappell voor de titel van 's werelds grootste muziekuitgeverij.

Wat België betreft, wordt een filiaal opgericht op 23 november 1936 tengevolge van de fusie van de Franse Compagnie Française du Gramophone en The Gramophone Company Ltd. Tot 1971 opereert de firma onder de naam S.A. Gramophone N.V. en wordt dan omgedoopt tot S.A. E.M.I. (Electrical and Musical Industries) Belgium N.V. NV EMI Belgium is opgericht als filiaal van EMI Overseas Holding Limited en is gelieerd met NV Music for Pleasure (MfP), het budgetlabel van EMI, dat zelf in 1983 sluit. Eerder heeft International Bestseller Company nog een tijdje voortgebouwd op het vroegere label Gramophone. IBC (met onder meer op bepaalde momenten Raymond Van het Groenewoud, Once More, Tjens Couter, Kris De Bruyne, Jef Van Uytsel) wordt gerund door Henri Heymans (broer van Marcel Heymans, directeur van IFPI-Belgium anno '99), die later het postorderverkoop-label van Reader's Digest, in België op de markt sinds 1972, zal gaan leiden. EMI is in België aanvankelijk verbonden met de muziekuitgeverij Ardmore and Beechwood, later met EMI Music. EMI perst in Uden, Nederland, grammofoonplaten en dupliceert er cassettes en vanaf midden 1990 enkel cd's. Die worden dan via EMI Benelux Services (ESB) in Uden naar België gedistribueerd. EMI heeft ook nog een cd-perserij in Swindon in Groot-Brittannië, één in de USA en één in Japan. ESB heeft nog een tijdje RCA Benelux verdeeld en bedient niet alleen de Benelux maar ook Scandinavië en een deel van Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. EMI is de eerste om in België de A-sided single (1989: Soul Sister) en de cassette-single (1990: De Kreuners) te introduceren, de laatste overigens zonder succes. Zoals men weet is ook Chrysalis, dat in 1987 nog een eigen zelfstandige eenheid in Nederland vestigt, na tot dan door Ariola te zijn verdeeld, in EMI geïntegreerd.

Van 1990 tot 1993 heeft EMI Belgium het label CreaStars (BB Jerome, The Dinky Toys) verdeeld. In 1995 neemt EMI een meerderheidsparticipatie in Antler/Subway waardoor het laatste zowat het danslabel wordt van EMI (half 2000 verhuist Antler ook van Aarschot naar Brussel). The Wallace Collection debuteert bij EMI met "Daydream" in 1968. En na twee singles op het Refused-label mogen The Scabs hun eerste LP opnemen voor EMI in 1983. Toy ("Suspicion") en The Bet ("Don't talk to the liar"), die beide begin tachtiger jaren voor Payola opnemen, worden bekend nadat EMI de verdeling van Payola in handen neemt. In dezelfde periode lanceert EMI ook The Machines ("Don't be cruel"). Tijdens de beginjaren '80 tot midden '80 mag EMI zich het label bij uitstek noemen dat de Belgische rock een kans geeft. De Nieuwe Snaar in 1986 en Guido Belcanto in 1989 mogen eveneens hun debuut-LP in 1989 voor EMI opnemen. Met The Soulsisters (Paul Michiels en Jan Leyers - later Leyers Michiels and Soulsister) wordt in 1986 internationaal potentieel binnengehaald. Raymond van het Groenewoud, The Radios, De Kreuners, Clouseau (sinds 1991 weggehaald bij HKM) en Dana Winner (sinds 1994 weggehaald bij de Dendermondese independent Assekrem) vinden alle een onderkomen bij EMI België.

Opmerkelijk is het "Young Gudz"-offensief dat EMI en muziekuitgeverij EMI Music in '97 lanceren. Opmerkelijk omdat jonge Belgische rockgroepen opnieuw een kans krijgen bij de major en opmerkelijk vanwege het feit dat de platenmaatschappij en haar muziekuitgeverij elk de helft van de investering dragen. In '98 tekent EMI ook VTM-soundmixwinnares Sarah.

Ondanks het feit dat EMI op internationaal vlak Virgin controleert, blijft een onafhankelijk opererende Virgin-België bestaan (met doorheen de tijd artiesten als Gorki, Arno, Axelle Red, Belgian Asociality, Urban Dance Squad, Wigbert en Bram Vermeulen) onder leiding van Firmin Michiels. Het Brusselse label Play That Beat!, opgericht door Theo Linder, wordt in '96 opgekocht en krijgt gestalte als divisie (label en muziekuitgeverij) van Virgin Belgium met als Belgische acts Jo Lemaire, Mama's Jasje, De Mens, Roland, de sensatie van 1996 Get Ready!, Luc Steeno, Kid Coco en Willy Somers sinds 1997. In maart '99 opent Play That Beat een afdeling in Nederland, waar het ook de Virgin-vlag zal varen. De prioriteiten zijn het breken van de succesvolste Belgische Play That Beat-artiesten in Nederland en het tekenen van Nederlandse pop/MOR-artiesten. De eerste Nederlandse Play That Beat-release is "I Still Luv U", de eerste Engelstalige single van Get Ready!. Ook nieuw materiaal van Mama's Jasje staat op de releaseplanning.

Warner Music International verwerft begin 2000 London U.K. Amper twee weken nadat America Online begin 2000 Time Warner overneemt, plannen EMI en Time Warner een joint venture, waarin beide voor de helft zouden participeren, voor hun muziekafdelingen: Warner EMI Music (WEMI), maar de plannen gaan niet door.

Eind 2000 neemt EMI een 75% belang (met een optie op de resterende 25%) in het Nederlandse Dino Music (opgericht in 1984 door DJ Tony Berk; Anouk, René Froger, contract met Endemol voor ondermeer de internationale audio- en videorechten van Big Brother).

SONY MUSIC

In 1938 verwerft Columbia Broadcasting System in de USA de Amerikaanse Columbia Phonograph Co., één van de eerste cilinderfabrikanten. De overeenkomst tussen de naam van de omroep en die van de fonogramfirma berust op toeval. CBS benoemt de grammofoonplatenafdeling met Columbia Records. Er zullen voortaan twee Columbia's opereren, want EMI heeft zijn wortels in de Britse Columbia. In 1987 neemt het Japanse Sony CBS Records over (twee jaar later ook nog Columbia Pictures Entertainment - film en video). Na de verkoop van de door CBS gecontroleerde muziekuitgeverijen start Sony in het muziekuitgeverijwezen opnieuw met CBS Music en Blackrock en koopt het onder meer muziekuitgeverij Tree. Eind 1995 neemt Michael Jackson de helft van Sony's muziekuitgeverij over en wordt Sony Music partner in diens ATV Music (met onder meer 250 Beatles songs).

Wat België betreft, hier wordt het Amerikaanse CBS oorspronkelijk verdeeld door Artone (onder leiding van Pascal Robéfroid en verdeelde naast CBS ook Chess, Colpix, Epic, Festival, Rickory, Speciality, Sokid, State, Tamla Motown, Blue Horizon, Direction en Dot). In 1962 neemt CBS de firma Interfone over en in 1963 Artone-Phonophasen zelf. In 1965 wordt via zijn Zwitserse holding de NV Disques CBS Grammofoonplaten opgericht. CBS heeft in April Music lange tijd een eigen muziekuitgeverij tot CBS Music Publishing wordt opgericht.

The Pebbles debuteren in hun kernformatie, The Fredstones, bij CBS in 1965 met "Love me again" maar zullen hun grootste hits ("Seven horses in the sky", 1986) bij Barclay scoren, na een omeweggetje langs het Arcade-label van Louis Van Rijmenant. Roland neemt er zijn eerste LP op in 1971. Ann Michel, John Lündstrom, Louis en Connie Neefs en Salim Seghers zullen voor CBS opnamen maken.

CBS perst grammofoonplaten en drukt hoezen in een fabriek in Haarlem (Nederland) voor heel Europa. Vanaf 1989 wordt CBS International Service Center in Haarlem aangevuld met een cd-perserij. CBS heeft in Nederland een hoofdkwartier in Heemstede/Haarlem, alwaar in oktober 1989 een eigen import service wordt opgericht: CBS Music Service, dat, net als EMI Service Benelux, de hele Benelux bedeelt.

Conform aan de internationale ontwikkelingen wordt CBS in België omgedoopt tot Sony Music Entertainment in 1990. In september 1990 krijgt EVA, het Tv-merchandising-team van EMI, Virgin en Ariola, concurrentie van Magnum, een Tv-merchandising project van CBS, WEA, Phonogram en Polydor: wanneer WEA, Phonogram of Polydor releasen worden de fonogrammen verdeeld door RSB, wanneer CBS releast worden de fonogrammen verdeeld door diens eigen verdeelnet. Magnum is ook opgestart in Nederland en Engeland.

Sony sluit in België in 1992 longterm deals met independents: ARS/Byte (met onder meer Technotronic, Yasmine), Team for Action (dat in '96 de deal opblaast en in zee gaat met de Waalse indie AMC), Double T music - een productiefirma van Kristof Turcksin, Jan Theys en audiovisueel productiehuis D&D (met K's Choice en Noordkaap) -, Crammed Discs (met Zap Mama) en Edel-Roadrunner. Later volgt ook een deal met R&S. Sony heeft sinds 1 oktober 1996 ook een hechtere Benelux-structuur. Lisa del Bo, Eurosong-kandidaat in 1996, tekent bij Sony. In 1996 wordt ook de trip-hopformatie Hoover bij Sony als priority-act binnengehaald. Begin 1998 neemt Sony voor ongeveer de helft een participatie in Double T Music, dat in 1993 opgericht is met D and D Entertainment Group als meerderheidspartner tot Theys in 1997 de controle overneemt; K's Choice is op dat moment via Double T aan een internationale carrière bezig. Noordkaap heeft er een onderkomen gevonden en in 2000 Arid. Halfweg 2000 wordt Double T helemaal opgekocht door Sony; de stichters blijven en houden ook de controle over de muziekuitgeverij.

De eerste succesvolle Vlaamse rapgroep KIA (op ARS) uit Aarschot wordt verdeeld door Sony.

Hiermee zet Sony ook de stap naar het tekenen van binnenlands talent: DAAU, Hoover en Gorki.

In februari '99 wordt Patrick Decam aangesteld als hoofd van Sony Benelux met als taak om Sony Belgium en Sony Holland dichter bij elkaar te brengen op het vlak van A&R en marketing. Op die manier poogt Sony om haar activiteiten in de Benelux te optimaliseren.

In maart '99 kondigt de hardwarefabrikant Sony Corp. aan dat het de ingrijpendste herstructurering uit zijn geschiedenis zal doorvoeren. In tegenstelling tot concurrent Philips verkoopt Sony zijn muziekpoot Sony Music niet, maar haalt het het bedrijf van de beurs om het zelf in te kopen. Een strategische zet die ervoor zorgt dat dochter Sony Computer Entertainment, de maker van Playstation, dat voorheen voor de helft in handen was van Sony Music nu helemaal eigendom wordt van moederbedrijf Sony Corp.

UNIVERSAL MUSIC

Gegroeid uit een Amerikaans talentagentschap, Musical Corporation of America, heeft MCA zich weten op te werken en te handhaven als één van de majors op wereldvlak. In 1979 heeft MCA ABC Records verworven, in 1984 Chess en Checker en in 1988 Motown (tot 1993, wanneer de investeerderfirma Boston Ventures Motown opkoopt). In 1990 verwerft MCA ook nog het bekende jazz-label GRP en het poplabel Geffen. Het MCA-consortium is ook eigenaar van Universal Pictures en is bedrijvig in video en merchandising. MCA bezit in MCA Music (met Geffen Music) één van de grootste muziekuitgeverijen. In 1990 wordt MCA Inc. verkocht aan het Japanse Matsushita. Maar in 1995 koopt de Canadese drankengroep Seagram MCA grotendeels op. Steven Spielberg, die voor MCA succesfilms heeft gemaakt, is samen met David Geffen en Jeffrey Katzenberg, voormalig hoofd van de Walt Disney-studio's, een eigen studio begonnen onder de naam DreamWorks SKG. Eens de overname door Seagram gerealiseerd, keert Spielberg via DreamWorks terug naar MCA in wat 'een strategisch bondgenootschap voor een lange termijn' wordt geheten. Half 1995 richt Geffen onder de paraplu van Dreamworks SKG twee nieuwe labels op: Dreamworks en SKG. Begin 1996 neemt MCA een 50% participatie in het controversiële gangsta-rap-label Interscope. Eind 1996 wordt de naam van de firma veranderd in Universal.

Wat België betreft kan het verhaal van MCA als zelfstandige firma kort zijn. Ze is van alle majors ook de meest recente op de Belgische markt. Waar MCA begin 1994 slechts vier dochterondernemingen heeft (in Japan, Canada, UK. en Duitsland) plant het tegen het einde van dat jaar dit aantal tot tien uit te breiden, waaronder een vestiging in België. MCA begint in talent van eigen bodem te investeren (The Sands in een licentie met Megadisc, Tribe en Metal Molly in een licentie met B-Tracks).

Door de samensmelting in 1998 van Universal en PolyGram krijgt Seagram een wereldmarktaandeel van 25% en wordt onmiddellijk de belangrijkste platengigant in de wereld. De overname wordt de meest ingrijpende herstructurering uit de geschiedenis van de muziekindsutrie genoemd. Na vele speculaties in de gespecialiseede pers wordt de nieuwe naam voor de merger Universal Music Group alhoewel de naam Unigram een tijdje de ronde had gedaan. Tengevolge van de merger worden een aantal labels gefusioneerd: Island met Mercury, Verve en GRP. Labels A&M en Geffen worden dan weer opgeslorpt binnen de Interscope Music Group. Door de herstructureringsoperatie worden er wereldwijd zo'n 3000 banen geschrapt en wordt het voor vele gesigneerde artiesten en groepen koffiedik kijken wat de toekomst hen zal brengen. Eind '98 heeft de merger tussen Universal Music Group en PolyGram op wereldvlak, ook haar gevolgen voor België. Universal en PolyGram worden één bedrijf met als naam Universal Music Group. Begin 2000 maakt Universal bekend dat het zijn aandeel in London U.S. van de helft tot de hele eigendom wil uitbreiden. Half 2000 verwerven het Franse Vivendi en Canal+ Seagram/Universal met de bedoeling de Europese concurrent te worden van de Amerikaanse alliantie tussen AOL en Time Warner (ondertussen ook gefusioneerd met het Britse EMI). Het nieuwe bedrijf heet Vivendi Universal.

Alhoewel PolyGram dus geïntegreerd is in (Vivendi) Universal, zijn nog enkele historische feiten over PolyGram zelf hier op hun plaats:

POLYGRAM

In 1950 sticht de Nederlandse Philips Gloeilampenfabriek een fonogramfirma, Phonogram (sublabels Fontana, Durium, Archiv Produktion), welke in 1962 met een 50% kapitaalsinbreng van het door Siemens gecontroleerde Deutsche Grammophon Gesellschaft (met het Polydor-label) omgevormd wordt tot PolyGram. In 1980 verwerft PolyGram het Britse Decca en diens Amerikaans filiaal London. Ondertussen heeft PolyGram ook al Mercury, MGM, Casablanca en RSO en het Franse Barclay verworven. In 1987 neemt PolyGram alle aandelen van Siemens over. In 1989 worden de grote independents A&M en Island opgekocht. De fonogramfirma is ook eigenaar van het Zweedse Polar-label met de Abba-masters. In 1993 verwerft PolyGram Motown. PolyGram is ook bedrijvig in film, video, merchandising. Na de verkoop van zijn muziekuitgeverijen Chappell/Intersong in 1984 is PolyGram opnieuw begonnen aan de uitbouw van een internationale muziekuitgeverij, onder meer door de overname in 1986 van de Britse Dick James Music Group. Terzijde: DJM (50%), Lennon-McCartney (40%) en hun manager Brian Epstein (10%) zijn eigenaar van de muziekuitgeverij Northern Songs met de Beatles-cataloog, tot Northern Songs in 1969 opgekocht wordt door Michael Jacksons ATV-muziekuitgeverij. In 1989 verwerft PolyGram, bij de overname van Island ook diens muziekuitgeverij Island Music. Verder heeft PolyGram ook nog de controle verworven over de muziekuitgeverijen Mel Tillis, Lawrence Welk Music en Sweden Music-Polar Music (met de Abba-cataloog). Eind 1995 treedt PolyGram International Music Publishing ook nog in de Leonard Bernstein Music Co.

Wat België betreft, in 1951 treedt S.A. Philips Belge toe tot de syndicale kamer. NV PolyGram is sinds 1980 het filiaal van de moedermaatschappij waar voordien Phonogram, dochter van de Nederlandse Phonogram, en Polydor, dochter van de gelijknamige Duitse firma, als afzonderlijke entiteiten hebben geopereerd. Aan het hoofd van de Belgische Polydor stond Maurice Mertens (en verdeelde naast Polydor, de labels MGM, A&M, Deutsche Gramophon, Archiv, Musique Royale, Heliodor, Verve, Karusell, Tip, Metronome, Ades, Supraphon en Triumph). Philips heeft lang een studio gehad in de Brusselse Priemstraat. Dan Ellery, één van België's eerste rockerslieveling van Vlaamse meisjes, maakt zijn eerste opnamen voor Philips in 1960. Een jaar later debuteren The Jokers - later ook exploitanten van een gelijknamige studio - op Philips met "Cecilia rock". Kris De Bruyne scoort in 1975 met de LP "Ook voor jou" bij Philips. Jan De wilde debuteert er in 1972. België's eerste punkband, The Kids, verschijnt in 1978 op het Philips-label. Jo Lemaire (toen nog + Flouze) wordt door Firmin Michiels bij Phonogram binnengehaald in 1979. Jimmy Frey ("Rozen voor Sandra") is ontdekt door Philips en zal er zo'n 25 jaar blijven tot hij in 1992 overstapt naar Rainbow Records. Ook Ann Christy heeft vroeg onderdak gevonden bij Phonogram. Later is Gunther Neefs aan de beurt. En in het nieuwe rockgenre: dEUS (via Island), Evil Superstars (via Paradox, sublabel van A&M) en Flowers for Breakfast.

PolyGram heeft ook belangen in het postverkoopbedrijf Phonodisc (Audio Club Benelux) en heeft lange tijd, tot de verkoop aan Warner, in Intersong-Primavera (Chappell) zijn muziekuitgeverij. Aanvankelijk worden fonogrammen vanuit Amsterdam door PolyGram Record Service (PRS) verdeeld, maar later sluit PolyGram aan bij RSB. PolyGram heeft een grote cd-fabriek in Langenhagen in de buurt van Hannover.

Barclay, met als voornaamste aandeelhouder Edouard Ruault, en diens muziekuitgeverij Babel Music, is in België als filiaal van het Franse moederbedrijf bedrijvig tot 1979, jaar van het faillissement en wordt dan door PolyGram overgenomen. Milo De Coster (ook actief geweest bij Publi Show) staat bekend als Barclay-producer in België. Hij heeft er Liliane St. Pierre gelanceerd in 1964. Kalinka, Johnny White, Jaques Raymond hebben allen opnamen gemaakt voor Barclay.

Philips neemt in 1991 een meerderheidsparticipatie in de Superclub-winkels, die het tot home entertainmentzaken omvormt, waar niet alleen geluidsdragers maar ook koopvideo's, videospelletjes, CD-I's enz. kunnen aangeschaft worden. Half januari 1997 stoot Philips de Superclub- en Videoland-winkels af.

In '98 wordt het lot van PolyGram bezegeld. De Canadese drankengigant Seagram, dat in '95 ook al eigenaar werd van platenmaatschappij Universal Music Group , koopt PolyGram op voor een bedrag van 10,4 miljard dollar. Universal heeft anno '99 een deal met Studio 100 (Kabouter Plop) wat hen geen windeieren oplevert.

INDEPENDENTS

De majors zijn er in geslaagd in België de fonogrammarkt in mindere dan wel meerdere mate te controleren. Nochtans is er steeds een markt geweest voor independents. In het overzicht van de vroegste jaren zijn al een aantal labels genoemd van onafhankelijke firma's uit de beginjaren. Meer recentelijk zijn independents vaak geassocieerd geweest met de muzikale stijlen die op dat ogenblik succes oogsten. Zonder veel zin voor nuancering kunnen vier genres onderscheiden worden, waaraan alleen maar min of meer af te bakenen periodes kunnen gekoppeld worden: rock 'n' roll (van half jaren vijftig tot half jaren zestig), Vlaamse liedjes (sinds de tweede helft van de jaren zestig maar met een heropbloei vanaf 1989), Belgische rock (sinds de tweede helft van de jaren zeventig) en Belgische dansmuziek (sinds eind tachtiger jaren).

ROCK 'N' ROLL

Voor wat de eerste kennismaking betreft van de Belgische jeugd met de nieuwe muziek uit de USA, kan er niet voorbijgegaan worden aan de gebroeders Albert en René Van Hoogten. Gewoonlijk worden zij in één adem vernoemd maar toch dient de naam van de derde broer Jozef ook even vermeld al was het maar omdat die het administratieve brein is geweest. Hun vader heeft al sinds de jaren dertig een platenzaak in Antwerpen. De tweede, René Van Hoogten, die in de USA de Amerikaanse nationaliteit heeft aangenomen om er paarden te gaan fokken, schrijft er ook liedjes onder het pseudoniem Ray Maxwell - hij bezit er ook een gelijknamige muziekuitgeverij. René Van Hoogten zal het Moonglow-label oprichten waarvoor onder meer de Rightheous Brothers "You've lost that loving feeling" opnemen en waarlangs de grote Amerikaanse successen van het ogenblik, zoals Paul Anka, naar België geïmporteerd worden. Naast Moonglow Records bezit René Van Hoogten de muziekuitgeverij Class Music. De eerste, Albert Van Hoogten, doet aan import, eerst van Amerikaanse plaatjes, dan van jukeboxen, om tenslotte zelf een platenzaak te openen, Ronny. In 1951 zal hij Ronnex Records/Globe Music oprichten met op het artiestenrooster onder meer Freddy Sunder en Burt Blanca (die in '86 van start gaat met z'n eigen Florian Music-label). De eerste wordt Belgiës eerste echte rocker geheten (tot de fans er achter komen dat Sunder geen Amerikaan is), de tweede gaat door voor beste rockimitator. Tino Serlet, rocker naast Burt Blanca en Dan Ellery, debuteert bij Ronnex in 1961 met Christina.

De zwarte Belgische Amerikaan Jack Hammer debuteert eveneens op Ronnex en scoort in 1962 met "Twist talk" (met Jo Leemans) en "Kissin' twist", in 1964 met "The wiggle". Doordat de opnamen van Ronnex in de Brusselse Olympia-studio plaatsvinden, geraakt ook de hoofdstad in de ban van de nieuwe muziek. Albert Van Hoogten zal in 1955 ook met het eerste Vlaamse popblad Song Parade starten en in 1958 rackjobbing in België introduceren (met onder meer Teeny en Decca's Stella als budgetlabels). Later wordt Biac de voortzetting van het Ronnex en Teeny Records-label.

Genoemd moet ook worden Fast Records, in de jaren zestig opgericht door Jean Meeusen, DJ en medewerker aan het magazine Song Parade. Fast Records heeft onder meer het Amerikaanse Chess-label met de eerste rhythm and blues-artiesten, geïmporteerd. Voorts debuteerde ook nog de Vlaamse Bob Rocky & the Teenagers ("'t Is over") op Fast.

Hebra, van muziekuitgever Herman Brauer, is opgericht in 1944. Hebra realiseert de allereerste opname met Burt Blanca in 1960: de Nederlandstalige versie van "Oh Carol". Aan Hebra zijn de muziekuitgeverijen Vedette, Blue Jeans, Carish en New Music verbonden. Labels van Hebra zijn Hebra, Feeling, NMC, Bistro en De Wolfe.

Naast Herman Brauer (New Music Corp.) mogen nog World Music (met de rechten van veel countrymuziek uit de Amerikaanse Southern Music-kataloog) en Bens (vertegenwoordigde de uitgeverijen Bospel, Kassner, Detmar en Spanka, en had als eigen labels Ranck en Micro) genoemd worden als belangrijke muziekuitgevers. Later komen daar nog Rocco Granata en Louis Van Rijmenant bij voor wat betreft de uitgave van Belgische songs. Jacques Kluger, vennoot van Felix Faecq bij World Music, staat in mindere of meerdere mate aan de wieg van de carrière van ondermeer La Esterella (Esther Lambrechts), Bobbejaan Schoepen, Jean Walter ("Tulpen uit Amsterdam"), Will Tura, Bob Benny, Louis Neefs (die voorheen debuteerde als Lode Celis) ... Dana Winner. La Esterella zou in de jaren vijftig bij Philips opnamen maken - Kluger heeft dan nog geen grammofoonplatenfirma - daarbij geholpen door arrangeur/producer/auteur Jaap Streefkerk (alias Steve Kirk), welke voor vele Vlaamse artiesten gewerkt heeft.

Terloops, de muziekuitgevers hebben in de jaren vijftig, begin jaren zestig nog een relatief groot belang, niet alleen bij het uitgeven van binnenlandse liedjes maar ook bij de import van buitenlands materiaal, eventueel ter vertaling in het Nederlands of het Frans. Er wordt dan daadwerkelijk werk gemaakt van een van de taken van een muziekuitgeverij, namelijk zorgen dat er van elke hit zoveel mogelijk versies in omloop zijn. Overeenkomstig zijn de eerste hitparades, zo van Song Parade, dan ook rangschikkingen geweest van songs, niet van artiesten, op basis van het aantal uitvoeringen. Voor Wereldoorlog Twee hebben de muziekuitgevers bovendien nog een belangrijke impact via de uitgave van bladmuziek. Maar met de opkomst van de jeugdcultuur zal de nadruk komen te liggen op de uitgave van grammofoonplaten. Waar de muziekuitgeverijen (en de al dan niet ermee geassocieerde fonogramfirma's) de sound van het buitenland in de jaren vijftig nog hebben weten op te vangen door eigen artiesten deze te laten coveren of vertalen - geheel nog in de lijn van de oude Tin Pan Alley-traditie - zal met de ontwikkeling van de jeugdcultuur vanaf de jaren zestig de figuur van de componist en de uitvoerder meestal niet meer kunnen gescheiden worden. De jacht op songs wordt overeenkomstig omgevormd tot een jacht op uitvoerders, die daardoor een grotere status en bijgevolg ook grotere controle krijgen over hun producten, wat zich dan weer manifesteert in de teksten en de connotaties die de populaire muziek draagt. De jaren tachtig, waarin een nieuwe generatie jongeren is aangetreden, zal coveren en heruitbrengen (onder meer ook gestimuleerd door de komst van de cd en de samplingtechniek) opnieuw tot een lucratieve bezigheid maken.

Er zijn altijd al auteurs geweest die de indruk hadden dat ze zelf beter de rechten (en de centen) op hun artistieke prestatie konden in handen houden. In het meer recente verleden is dat, bijvoorbeeld, Siren Music, opgericht door Jan Leyers en Paul Michiels (van de popgroep Leyers, Michiels en Soulsister) en geadministreerd door Johan Berckmans, tevens manager van Soulsister. Het belang van de controle uit de songs blijkt uit het feit dat Siren er in geslaagd is Tom Jones de song "Changes" te laten coveren. Andere auteursuitgeverijen zijn nog: Rover Music (Roland Verlooven of Armath), Dinges Music (Frank Dingenen), Fabry's Music (Danny Fabry), Kalzoo Music (Clouseau), Granata Music (Rocco Granata), Ramaekers Publishing (Serge Ramaekers), Bogam Publishing (Jo Bogaert met gedeeltelijke rechten op Technotronic nummers), Real Love Songs (The Radios en meer bepaald Bart Peeters), Crazy Fingers (gitarist/producer Eric Melaerts).

Tussendoor mag even een zijstap gezet worden naar de concertorganisatie, die, net als de muziekuitgeverij, in het verleden een belangrijke rol heeft gespeeld bij de lancering en creatie van Belgische artiesten. Lang voor het succesverhaal van concertpromotoren als Ludo De Bruyn (Lion), Paul Ambach (Gemco en Make It Happen, samen met Michel Perl) en Herman Schueremans (Torhout-Werchter/ Rock Werchter (Werchter) - Sound & Vision (Brussel) - On the Rox (Gent)) mag niet onvermeld blijven Robert Bylois, directeur van het Benelux Theater vanaf 1947 tot 1978 en ook een tijd voorzitter van Belgisch Syndikaat Spektakel Verbond. Begin september 2000 laat het Amerikaanse SFX zijn oog vallen op Rock Werchter en Make It Happen en heeft ook belangstelling voor de Brusselse showtempel Vorst Nationaal (eigendom van de musicals organiserende Music Hall Group); het intentie-akkoord voor de verkoop van Vorst Nationaal (voor naar schatting een half miljard Bfr) wordt begin 2001 door Music Hall opgezegd en Vorst Nationaal wordt niet verkocht. Maar begin 2001 verwerft SFX het volledige aandelenpakket van Make It Happen (Paul Ambach en Michel Perl, sinds 1975 bedrijvig en promotor van concerten van ondrmeer Michael Jackson, Pink Floyd, Rolling Stones, Frank Sinatra, Britney Spears, Disney on Ice, Riverdance, Lord of the Dance); daardoor dreigt België niet uit de boot te vallen voor internationale acts.

Hij organiseert niet alleen concerten van buitenlandse artiesten, zo het eerste concert van Bill Haley in België, maar staat ook bekend als diegene die Adamo lanceert. Hij begeleidt Ann Christy en ook de eerste zes jaren van de carrière van Will Tura. Ook die van The Jokers en The Seabirds. Hij is het ook die Marva ontdekt in 1963. Het is ook Robert Bylois geweest die John Terra aan een platencontract heeft geholpen bij EMI (waar John Terra tekstschrijver Jan Theys, alias Yannick - zal ook liedjes schrijven voor Louis Neefs, Ann Christy, Jimmy Frey, Marva, Luc Steeno, Dana Wi nner ... - leert kennen die hem aan Jean Kluger voorstelt, bij wie hij, na omzwervingen bij PolyGram en Johnny Hoes, opnieuw naar de oude stal zal terugkeren). Benelux Theater zal nadien gerund worden door Guy Beyers en Micha Mahra - de eerste is ex-manager van Micha Marah geweest en beide zullen de carrière van Luc Steeno een tijdlang managen bij Benelux Theater. Guy Beyers beheert Centropa Music, muziekuitgever en label, waarvoor Micha Mara en Luc Steeno opnamen maken. Ilia Beyers, zoon van Guy Beyers, zal ook zijn intrede doen in de Vlaamse showbiss en zal onder meer Kim Kay gaan managen. Er mag ook niet voorbij gegaan worden aan Adriaan Van Landschoot die naast eigenaar van het Mouse Music-label (waarop vele West-Vlaamse artiesten hun debuut maken) ook voor een aantal van zijn getekende artiesten zelf het management ter harte neemt.

De fakkel van het management zal later overgenomen worden door Herman Schueremans die eerst TC Matic zal begeleiden, later Zap Mama, maar ook nieuwe groepen als Channel Zero, Soulwax en Metal Molly. Het Antwerpse managementbedrijf Musicness ontfermt zich dan weer over dEUS, Dead Man Ray, DAAU, Evil Superstars en Mad Dog Loose. Aan het hoofd van Musickness (een combinatie van de woorden music, sickness en business) staan Filip Eyckmans en Christian Pierre. Musickness begon als een klein managementsbureau dat 'alternatieve' artiesten en groepen aan optredens hielp en op het huislabel Jack & Johnny platen van deze groepen releaste. Zo dEus, Moondag Jr. en Die Anarchistische Abendunterhaltung (DAAU). In '98 besluit Musickness te investeren in de toekomst en zoekt soelaas in het buitenland. Met haar Spaanse vennoot 'En Frente Arte' opent Musickness in het Andalusische Ronda een hotel en een muziekstudio waar o.a. dEUS en DAAU naar wellust kunnen opnemen. 'En Frente Arte' is een servicebedrijf dat instaat voor de omkadering van brainstormsessies als producties.

In het recentere verleden spelen andere bookingskantoren een minder doorslaggevende maar niettemin onmisbare rol, niet zozeer bij het lanceren dan wel bij het organiseren van concerten voor Vlaamse artiesten. Zo Theaterbureau Piet Roelen (waar onder meer Bart Kaëll, Helmut Lotti en Mieke kunnen geboekt worden, maar ook Eurosongwinnares 1996 Lisa Del Bo, wiens liedjes in Piet Roelens Publishing zijn ondergebracht), dat in '98 ook van start ging met het Piet Roelen-label met Helmut Lotti als hoofdvogel. Ook Artiestenbureau King van Valère Pieraerts gestart in '72 (voor o.a. bookingen van Clouseau, Isabelle A, Get Ready en talrijke buitenlandse acts), L & S Agency (o.a. voor Noordkaap) en Theaterbureau Marc De Coen (o.a. Sabien Tiels, Schatteman & Couvreur en Gunther Neefs) zijn belangrijke pioniers.

Ook niet onbelangrijk is bookings en managementsbureau Tout Partout dat opereert vanuit Hasselt. Tout partout bookt voor 'alternatieve' groepen zoals o.a. Orange Black, 't Hof Van Commerce en Hoodoo Club.

Soms zijn artiesten zelf de weg ingeslagen van de concertorganisatie. Zo is destijds het bookingskantoor Op Sinjoorke opgericht door Louis Neefs en Sonal International door Ronny Temmer. Via Will Ferdy Produkties organiseert deze zelf zijn optredens. Later ondernemen enkele leden van Front 242 dezelfde weg in met het bureau Art & Strategy dat bookt voor o.a. Ashbury Faith.

VLAAMSE LIEDJES

De nu volgende onafhankelijke productiefirma's en labels hebben een min of meer belangrijke rol gespeeld in de volgende periode die als het eerste hoogtepunt van het Vlaamse lied mag omschreven worden. Na deze eerste Vlaamse boom, vanaf midden jaren zestig tot midden jaren zeventig, zullen we moeten wachten tot 1989 om een nieuwe boom te mogen beleven van het Vlaamse lied. De openbare omroep heeft in de tussenperiode het Vlaamse lied zo goed als genegeerd. In 1989 jaar start VTM zijn uitzendingen met onder meer het populaire liedjesprogramma Tien om te Zien. Vele zieltogende firma's én artiesten van het eerste uur krijgen een belangrijke nieuwe impuls. Mouse Music van textielbaron Adriaan Van Landschoot, bijvoorbeeld, met Petra, het Nederlandse Telstar met Eddy Wally, die er zal in slagen succes te oogsten met een kruisbestuiving tussen smartlap en techno of het Dendermondse Assekrem (Christoff, Dana Winner) en Centropa (Luc Steeno). Ook binnen de multinationals krijgt muziek van eigen bodem opnieuw de aandacht. Helmut Lotti (door Vlaanderen in bescherming genomen in de Soundmixshow van Nederlander Hennie Huisman) bij BMG, bijvoorbeeld, of Jimmy Frey bij PolyGram.

Maar keren we terug naar de eerste succesjaren van het Vlaamse lied.

Het Vlaamse lied heeft veel te danken aan muziekuitgever Jacques Kluger. Hij omringt zich door professionele tekstdichters als Eric Fransen (Lammi Van den Hout) en Steve Kirk (Jaap Streefkerk). Palette Recs is in 1958 opgericht door Jacques Kluger. In 1957 sluit Will Tura een platencontract af met J. Kluger. J. Kluger en F. Faecq zijn samen eerder gestart met de World Music-uitgeverij. Louis Baret zal er een groot aantal liedjes schrijven. World Music controleert ook liedjes van Jacques Brel. Sinds 1970 wordt de firma door de twee zonen van J. Kluger voortgezet. RKM wordt geëxploiteerd door Roland Kluger. Roland Kluger participeert samen met Felix Faecq, die zelf sinds 1964 Bizet controleert, in Palette Recs en de World Music Group. The Cousins, een van de eerste Belgische sixties rockbands, debuteert op Palette in 1960 met "Kili Watch" - het is de eerste single op Palette. Jess & James debuteren in 1976 op Palette met "Move". Raymond van het Groenewoud neemt zijn eerste langspeelplaat, "Je moest eens weten", op voor RKM in 1973. Maar ook John Terra, Louis Neefs, Ann Christy en Marva zullen er onderdak vinden. Plastic Bertrand brengt in 1977 de Lou Deprijck-compositie "'Ca plane pour moi" uit bij RKM en wordt dankzij het nummer een wereldster. De World Music-muziekuitgeverij wordt in 1989 overgenomen door BMG Universal Music. Roland Kluger zal zich later op teleshopping storten met de firma TV Shop. De labels Topkapi en Biram worden dan weer beheerd door Jean Kluger. Will Tura, bijgestaan door onder meer tekstschrijver Nelly Byl (die ook alle teksten voor Marva heeft geschreven en grote hits voor Jimmy Frey, Joe Harris en en John Terra) debuteert op Palette en zal groot worden op Topkapi en het label nooit verlaten. Het label Topkapi zal later onderdak vinden bij PolyGram En ook Johan Verminnen wordt in 1970 door Jean Kluger op Biram onder de arm genomen om er 16 jaar mee samen te werken (tekent daarna bij BMG Ariola, dat ook Verminnens muziekuitgeverij Rozemarijn administreert). Jean Kluger is ook bedrijvig op de Franse markt onder meer via de muziekuitgeverij Bleu-Blanc-Rouge.

Tune Records is in 1983 opgericht door Maurits van Den Langenbergh (labels: Tune, Hitsound, Starlight, Fade Out, Ideal en Thrill). Tune controleert de muziekuitgeverijen Christie's, Thrill en Ideal met in de kataloog onder meer songs van Bob Benny en John Larry, die het met zijn fluisterstem ("Alleen") brengt tot de titel 'lieveling van de Vlaamse meisjes'.

Bij het Brusselse Basart, dochterafdeling van het Nederlandse Basart, zelf gestart als boekenuitgeverij, is "E Viva Espagna" door Samantha een wereldhit geworden. Basart is ondertussen opgedoekt, maar werd indertijd beheerd door Alain Lelièvre en verdeelde de labels Europhon, Park en Whamm.

Cardinal is sinds 1964 bedrijvig als label van zanger Rocco Granata en dhr. Craeynest, een Kortrijkse grammofoonplatenhandelaar, welke Rocco Granata later uitkoopt. Cardinal bezit in de jaren zeventig een eigen perserij, Fonopers en wordt geflankeerd door muziekuitgeverij Granata Music, die Rocco Granata in 1963 opricht met René Van Hoogten, maar die hij later ook uitkoopt. Will Ferdy, Louis Neefs, Jaques Raymond, Marva, Miel Cools (die zelf met één van zijn tekstdichters Bert Broes in 1967 het Kalliope-label opricht), de Elegasten hebben op het artiestenrooster van Cardinal gestaan.

Show is nog opgericht door Jules Nijs, baas van café De Witte Molen in Aarschot en manager van Rocco Granata. Voor Shows loonpersingen-label Ring Records zullen The Foottappers en Bill Diddley, Buddy Holly-imitator, hun eerste opnamen maken.

Sprekende over Rocco Granata en Jules Nijs kan niet voorbij gegaan worden aan het verhaal van "Marina", een van Belgiës wereldhits. Rocco Granata staat het liedje af aan Jules Nijs samen met nog een aantal minder hitgevoelige songs. Nijs sluist al de songs door naar Van Hoogten, behalve "Marina" en ook nog "Manuela" en "Buenna notte Bambino mio". Deze evergreens zullen bij EMI Duitsland terechtkomen en vandaar een apart leven gaan leiden. Later zal Rocco Granata zijn songs uit de cataloog van Van Hoogten kunnen recupereren en in zijn eigen muziekuitgeverij onderbrengen.

Voor de anekdote: Helia, label in 1960 opgericht in Sint Niklaas door Albert De Backer, zal de geschiedenis ingaan als het label van de kaasplaatjes, zijnde promotieplaatjes bij de Kraft-kaas. Helia is failliet in 1963, nadat Kraft de bestellingen heeft stopgezet. Helia maakt evenwel ook de eerste opnames, niet alleen met Jef Burm maar ook met rockers Danny Fisher & the Spoetniks en The Seabirds (met Sylvain Vanholme, later bij Sylvester's Team, Silver's Trust, Wallace Collection en Two Man Sound). In 1960 scoren de Seabirds op Helia met wat de eerste Belgische sociaal geëngageerde song mag genoemd worden, "Protestrock" (tegen het verbod op toegang tot dancings onder achttien jaar).

Baltic, opgericht in 1967, is geassocieerd met de succesrijke auteur, Ke Riema (Marieke Wuyts), en Ben Gijselinck. De laatste is gelieerd, als de general manager bij beide, aan Eurovox-PMP van Louis Van Rijmenant, welke onder meer hoog heeft gescoord met "De vogeltjesdans". Louis Van Rijmenant (gestart in de muziekbusiness bij Fast Records van Jean Meeusen in Antwerpen) is belangrijk als muziekuitgever (Eurovox Music - toen al Europees gericht - en later Intervox Music) van Belgische producties. Een van de belangrijke medewerkers (componist, muzikant, boekhouder) is Jaak Horckmans. Samen met François Glorieux richt Horckmans Glorious Music op. Onder de Eurovox Music Group ressorteren de fonogramlabels Eurovox, Focus, Valentine, Cannon en Arcade (niet de verwarren met de 'major'-Arcade). Van Rijmenant heeft, samen met manager-legerkommandant, Karel Van Herck, tevens tekstschrijver, Marc Dex gelanceerd, die in de liedjeswedstrijd Canzonissima in 1967 tot martelaar is gemaakt met "O Clown". Mark Dex zal trouwens zelf als muziekuitgever, theaterbureau en platenlabel/muziekuitgever onder het Tibur-label bedrijvig worden én Margriet Hermans ontdekken in 1985 (Karel Van Herck zal ook de broer van Marc Dex, Julien, lanceren als Juul Kabas en werpt zich ook op als de ontdekker van Micha Marah, Margriet Hermans en Barbara Dex, alle uit dezelfde streek). Louis Van Rijmenant staat ook bekend als diegene die Micha Mahra als platenster heeft gelanceerd. Ke Riema is ongetwijfeld een extra vermelding waard. Haar eerste tekst schrijft ze eind jaren veertig op muziek op een compositie van Jef De Winter, de orkestleider van de Antwerpse Hacienda. In Oud België leert ze Yvonne Lex en Co Flower kennen; ze schrijft cabaretteksten voor de Cyrano-voorstellingen van Anton Peters; voor The Woodpeckers schrijft ze revues. Ze zal liedjes schrijven voor de eerste generatie naoorlogse Vlaamse vedetten. Onder hen behoren onder meer (met hun grootste hits): Bob Benny, Jean Walter ("Wondermooi", "Twee blauwe ogen"), J. Verbraecken, Hans Flower, La Esterella ("Voor een kusje van jou", "O Lieve Vrouwe Toren", "Alle moeders", "Bij het open vuur"), Henk Van Montfoort, Terry Van Ginderen, Kees Brug, Frieda Linzi, Jef Burm; later ook voor de volgend generatie: Jaques Raymond, Marva ("Geef mij nog een kans", "Een eiland in groen en blauw"), Ann Christy, Johnny White, Louis Neefs, Robert Long ... Maar de grote doorbraak komt er in 1963 met de tekst van Will Tura's "Eenzaam zonder jou".

Nog even terugkomen op het verhaal van het lied "De Vogeltjesdans". In een hotel in D' Avos, Zwitserland wordt de aandacht van Louis Van Rijmenant getrokken door een volslagen onbekende accordeonspeler die een liedje ("Tchip tchip") speelt dat erg aanleunt bij een traditioneel volksdeuntje maar dat Louis Van Rijmenant opneemt in zijn cataloog. Naast de muziek waarvoor de anonieme muzikant tekent (met de naam "Thomas"!), tekent Van Rijmenant voor de tekst, al zal het liedje een kaskraker worden in de instrumentele versie. Het succes laat overigens nog een tijdje op zich wachten. Op de MIDEM, jaarlijkse ontmoetingsplaats voor de internationale muziekindustrie in Cannes, van 1970 probeert Van Rijmenant "de vogeltjesdans" al te lanceren. Het is echter pas wanneer producer Johnny Hoes (met de Electronica's) in Nederland een tweede versie maakt in 1977 dat de bal goed aan het rollen gaat. De Belgische accordeonist Hector Delfosse speelt in België het nummer op plaat. Spoedig wordt 'De vogeltjesdans', met een vogel imiterend begeleidingsdansje, overal ter wereld gereleased. Op de MIDEM van 1980 presenteert Van Rijmenant in de hem welbekende flamboyante stijl "de vogeltjesdans" aan de mondiale muziekbusiness. In Frankrijk wordt evenwel een proces gevoerd wegens plagiaat, een proces dat acht jaar zal aanslepen. De rechter oordeelt uiteindelijk dat de twee liedjes zo banaal zijn dat ze niet eens onder auteursrechtelijke bescherming zouden mogen vallen. Dat komt er op neer dat Van Rijmenant eindelijk de miljoenen kan opstrijken die het liedje ondertussen heeft opgebracht. Wanneer de fiscus hem het jaar nadien in een keer op het miljoenen bedrag wil belasten, staat Van Rijmenant de opbrengst van "de vogeltjesdans" af aan zijn vennootschap en gaat op een klein zolderkamertje wonen.

In 1969 richt wafelfabrikant Sylvain Tack het label Start op om zanger Paul Severs te lanceren in samenwerking met songschrijvers Eddy Govert en Johan De Graeve. Via piratenzender Mi Amigo krijgen zijn artiesten (onder meer Samantha, Joe Harris, Octopus) een extra steun. De eerste helft van de jaren zeventig zijn voor Start en Clown Music (Gnome Music, Editions Tempo, Washington Music) de boom-jaren. In feite is na de eerste Tack-uitgeverij, Start, Gnome opgericht onder de paraplu van Tack maar geadministreerd door Bart Van der Laar en Roos Windels. In 1975 wordt het Tack-imperium, uitgezonderd de Start-studio in Buizingen (die opgekocht wordt door Leo Caerts Sr en omgedoopt wordt tot Studio Swan, nadien weer doorverkocht wordt), in 1974 opgekocht door Nederlander Johnny Hoes (Benelux Music Industries), die op het Telstar-label sinds begin jaren zeventig onder meer De Zangeres Zonder Naam en Eddy - "Chérie" - Wally uitbrengt (eerder al Bobbejaan Schoepen). De meeste artiesten en aanvankelijk ook Eddy Govert stappen mee over. Govert zal, na de breuk met Johnny Hoes, in Brugge, later in Aaigem Jump Records/Music exploiteren (°1975). Aanvankelijk vinden er onder meer John Horton en Nicole en Hugo een onderkomen en met de opkomst van de vrije radio's begin jaren tachtig: ondermeer Frank Valentino, Margriet Hermans. Vanaf 1986 gaat Jump in zee met Scorpion. Scorpion met zaakvoerder Hendrik Deschuyteneer is te Dendermonde opgericht in 1978.

De samenwerking tussen Jump en Scorpion levert producties van onder meer Samantha, Yves Segers en Jo Vally (deze twee laatsten zullen later bij Indisc aan de bak komen). De belangrijkste liedjes uit de Jump Music-kataloog zullen later ondergebracht worden bij de later opgerichte Happy Melody.

Wat de Start-studio betreft: de tot Swan-studio omgedoopte uitrusting wordt opgekocht door Pierre Jonckeere, Leo Caerts (die, terloops gezegd, via Swan Song een deel van de songs van de punkband The Kids controleert), Alain Lelièvre (toenmalig directeur van Basart) en Jules Nijs (die mede aan de basis ligt van het succes van Rocco Granata). De schoonzus van Nijs is eigenares van de perserij Fonopers, die later overgenomen wordt door Rocco Granata. Jonckeere zal als enig overblijvende een akkoord sluiten met Stan Verbeeck om de studio bij de laatste te installeren.

Rickrose is opgericht door Rose Windels en Rick Vervecken, die zelf het Frankie- en het Pims-label bezit en bedrijvig is als bookingskantoor voor Vlaamse artiesten, de VAK (Verveckens Artiesten Klub), annex productieafdeling en muziekuitgeverij. Op het Pims-label van Jean Meeusen en producer Rick Vervecken scoren Nicole en Hugo met "Goeiemorgen Morgen".

Leon Lambrechts start in 1943 met de muziekuitgeverij L. Lambrechts en herdoopt ze later tot Dancing. Lambrechts zelf werkt dan als producer voor Polydor en Decca. In 1968 start hij met een eerste fonogramlabel, Passe-Partout (vooral voor loonpersingen) en een tweede muziekuitgeverij met dezelfde naam. Een jaar later komt er Monopole Records bij (met artiesten als Salim Seghers, Bobby Prins, Ruth Mc Kenny). Monopole is eigenlijk een label van Luc Verbist (van muziekblad Musicfan) dat op het handelsregister van Lambrechts staat, die de zaken helemaal overneemt nadat Verbist zich heeft teruggetrokken. Monopole heeft zijn eerste grote succes gekend met Salim Seghers en heeft onder meer ook nog opnamen gemaakt van Eddy Smets.

Labels zijn Monopole, Parpika, Continental, Disco Matic, Passe Partout en White Label.

Martin De Haeck heeft in de periode 1969-1980 als arrangeur/producer gewerkt voor Monopole; daarna start hij, samen met Johnny Blenco (die het Flandria-label meebrengt), een eigen productiefirma annex muziekuitgeverij (Blenco Music, Chackay, Amay)Limbophone. Lambrechts start ook een drukkerij om de platenhoezen te drukken. Deze drukkerij is anno '99 nog steeds in de running. Voor het studiowerk wordt vaak een beroep gedaan op de Tamara King-studio van Luc Derdin - aan Tamara King is de Sonybel-muziekuitgeverij verbonden. Voor de perserij wordt vaak een beroep gedaan op Fonopers (Aarschot) en, later, ook Interservice Press (ISP) te Nieuwrode en op Disco Press te Herk-de-Stad. Wanneer ISP moeilijkheden krijgt met Sabam omwille van vermeende piraterij steekt Lambrechts Paul Smits trouwens een handje toe en neemt de perserij voor een paar jaar op in zijn handelsregister.

Limbophone, kortweg Limbo, opgericht door Martin De Haeck, richt zich op Nederlandstalige schlagers. Het werkt samen met Blenco Music, muziekuitgeverij van Johnny Blenco (die onder meer voor Danny Fabry songs schrijft)

Rainbow is, net als Monopole, gevestigd in Heist-op-den-Berg, maar is opgericht door Stan Verbeeck. Lambrechts en Verbeeck zijn dan ook anno jaren zeventig zowat de enige concurrenten, toevallig beide vanuit Heist-op-de-Berg, inzake Vlaamse schlagermuziek. Verbeeck zal zich later meer gaan toeleggen op het persen van platen. Begonnen met Disco Press in een partnerschap zal hij later zijn eigen perserij opstarten. Hij zal ook de Swan-studio van de uit de muziekindustrie uitgerangeerde Sylvain Tack huisvesten.

M.M.C. Carnaby en Mouse Music zijn sinds '73 labels van textielmiljonair Adriaan Van Landschoot. Hij lanceert in het new beat-genre, Petra en later de goed ogende mannengroep Good Shape (later verhuist Petra naar Arcade waar ze in 1997 een cd maakt onder leiding van Philippe Martens, ook bekend van samenwerking met Sha-Na, 2 Unlimited en Good Shape). Mouse Music zal later gaan samenwerken met Arcade Music op licentiebasis.

Assekrem is in Dendermonde opgericht door Erik De Blende in 1977 als Vlaamse muziek-label en muziekuitgeverij. Assekrem is de naam van de hoogste berg van het Atlasgebergte in Noord-Afrika (de firma als 'een berg in de woestijn van de muziekindustrie'). Assekrem is gestart als kleinkunstlabel (Hugo Raspoet, Miel Cools) maar evolueert ook naar het populaire genre (Erik Van Neygen, John Terra, Dana Winner, die later zal overstappen naar EMI). Sublabels zijn Touch records voor pop en Komilfoo voor dansproducties. Assekrem wordt geflankeerd door een bookingskantoor en managementbureau, EDEB (Erik De Blende). De distributie wordt aanvankelijk verzorgd door de zoon , maar zal het onafhankelijke distributiebedrijf Reli Records de fakkel overnemen. De promotie van Assekrem wordt gevoerd door dochter, Griet De Blende, waardoor Assekrem zich een echt familiebedrijf kan noemen.

Griet De Blende zal in '98 echter overstappen naar major PolyGramom zich te ontfermen over o.a. Helmut Lotti. Anno '99 maakt artiest Christoff het mooie weer bij Assekrem. Assekrem wordt verdeeld door het Limburgse Reli Records.

JRP, van Jack Rivers, eigenaar (en producer) van de Jack Rivers Studio in Tongeren en van muziekuitgeverij Ambiorix Music, heeft in 1995 Wendy Van Wanten en Sam Gooris onder contract, maar verkoopt ze door aan Arcade. JRP neemt daarna Jo Vally onder contract, maar Vally zal hetzelfde pad kiezen als van Wanten en Gooris. Jack Rivers zal later een deal maken met Arcade Music om nadien zelf Vlaanderen vaarwel te zeggen en zich te vestigen in Spanje.

Platenmaatschappij Colour Records werd opgericht door Marc Van Beveren in '80. Deze ex-medewerker van de Standaard boekhandel besloot in '80 om zelf de handen uit de mouwen te steken in de Vlaamse showbizz. In de begin van de jaren '80 groeide Colour Record al gauw uit tot één van de weinige Vlaamse independents die op volle toeren draaide. Van Beveren zette zijn schouders onder menig Vlaams talent zoals Luc Bral, Peter Gillis (thans topproducer), Coco (Dinky Toys), Wigbert, Penthouse met Bart Herman in de rangen, Phil Wilde (later 2 Unlimited) en vele andere. De meeste producties waren Engelstalig van folk over pop naar rock. De eerste artiest op het Colour records-label was de controversiële zanger Luc Bral met het liedje "Plastic Dreamland". Het eerste album dat op Colour records verscheen was van de Schotse folk-artiest Brian Nelson. Ook ging Van Beveren aan de slag in het muziekuitgeverij-wezen met zijn "Colour Records"-uitgeverij en "High Power Belgium"-uitgeverij. In '87 veranderde Van Beveren echter van koers: de man zag het jonge meisje Isabelle A. toevallig aan het werk op een soundmix-show en besloot om van haar een vedette van formaat te maken. Na goedkeuring van Isabella's ouders zette Van Beveren zijn schouders onder de dromen van Isabelle. Met Isabelle A. ging Colour records de Nederlandstalige toer op. Algauw werd Isabelle - zoals voorspeld door Van Beveren - een vedette in Vlaanderen In '96 liep het echter fout tussen Isabelle en haar ontdekker-manager: Isabelle, in bescherming genomen door haar verloofde Willy Sommers, beschuldigde haar manager ervan haar bedrogen te hebben en stapte over naar het CreaStars-label. Van Beveren dreigde echter met contracten en verbood haar opnamen te maken voor elke andere platenfirma dan Colour Records. Na één van de meest opgemerkte juridische veldslagen van de Vlaamse muziekbusiness werd Van Beveren verplicht zijn ontdekking te laten gaan.

Alora wordt door Bert Burm, vroeger bij Indisc, opgericht in 1993, met sublabels Hola Pola (carnavaleske producties), Cobra, Music For Now People, Wibe en Pure Dance (alle danslabels). Alora brengt The Championettes uit, gevormd door de vrouwelijke helft van de BRTN-produktie FC De Kampioenen, maar ook Gunther Levi, kleinkunstrocker Kris De Bruyne en het klassieke duet Schatteman & Couvreur. Het label werkt een tijdje administratief samen met de Franstalige independent Private Life Records (sublabels: On The Beat, Noisetraxx). In '98 wordt Alora opgekocht door Arcade en gaat Bert Burm er aan de slag als general manager van de CNR-afdeling. Het Alora-label blijft evenwel verder bestaan. Sinds 2000 is Bert Burm managing director van het sindsdien, met financiële steun van Sony, opgerichte Label Vie (general director Roland Van Beneden, eerder Chryslie Music Company), en met artiesten als Willy Sommers, Bart Herman, DJ Otzi (Anton aus Tirol).

Dino Music België is een afdeling van het Nederlandse moederbedrijf Dino Music, dat zelf in 50% in handen is van major BMG en 50% eigendom is van directeur Tony Berk. In '96 gaat Dino Music ook een nieuwe joint-venture aan met het Nederlandse Endemol Entertainment. Dino concentreert zich naar eigen zeggen op "het nationale repertoire in de breedste zin van het woord". Zo variëren de stijlen op de diverse labels van Dino van volks tot middle of the road tot dance en rock. Labels van Dino zijn Endemol, RPC, TWF en Danza. Op het label Endemol releast Dino de muziekproducties die op het audio/video-gebied worden gemaakt. Voorbeeld hiervan is de compilatie-reeks "Het Gevoel van.", de soundtrack van een bekend tv-programma dat het tv-productiehuis Endemol voor VTM maakte. Op RPC Entertainment worden de nationale artiesten gereleased. TWF is dan weer het label van de Nederlandse producers Eric Van Tijn en Jochem Fluitsma waar Dino een deal mee afsloot. Danza is het dancelabel van Dino. Dino's muziekuitgeverij heet Tony Berk Music (TBM)

Dino haalt Yasmine binnen (voordien bij ARS) en de West-Vlaamse jongensband En Zo (later CNR). Anno '99 staan Anouk, .op het platenrooster van Dino. Begin 2000 wordt Dino gesloten.

Het is Paradiso (Hot Town Music/Paradiso met oudgediende bij Decca/Fonior Roland Uyttendaele) die in 1996 Chris Van den Durpels eerste cd uitbrengt, met het Kamiel Spiessens-typetje, maar vlug in de clinch gaat met de artiest. Paradiso tekent Garry Hagger en laat zijn cd's verdelen door Virgin.

In 1992 is Luc Standaert fulltime bezig met het uitgeven van muziek en het booken en managen van artiesten (onder meer Dinky Toys, Kid Coco, Gina Lisa) onder de paraplu 'Tempo'. Daarnaast exploiteert hij ook de labels Battle Avenue (dansmuziek), Yellow Yellow (rock), Femme fatal (vrouwelijke artiesten) Melting Pot (in samenwerking met de Boudewijn-stichting en het Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding - artiesten van niet Belgische origine) en Tempo Soundtracks (met muziek van Dirk Brossé voor films als Boerenpsalm, Coco Flanel, Daens). Voor alle labels is een aanmaak- en distributiedeal met EMI gesloten. Standaert zal later gaan in dienst treden van PolyGram Publishing Belgium.

Een kleine vermelding waard is Onadisc (Onafhankelijk Distributiecentrum), productie- en distributiefirma van Christoff Wybouw die ook het independent-label Holy Hole opricht en die een succesje oogst in het happy beat-genre met Bingo's Arabeat

In '98 starten manager Ilia Beyers en ex-zanger en huidig producer John Terra het label II Music en de gelijknamige muziekuitgeverij op. II Music tekent het zangeresje Kim Kay, zorgt voor leuke nummers en een perfecte begeleiding en scoren bijgevolg onmiddellijk. Manager Ilia Beyers, die het vak geleerd heeft bij zijn vader Guy Beyers van het Centropa-label en -theaterbureau, runt ook nog zijn eigen theaterbureau. In '98 tekent II Music Vanessa Chinitor en brengt haar onder bij CNR Music. Vanessa Chinitor vertegenwoordigt België op het Eurovisie Songfestival '99. Eind 2000 vormen John Terra (II Music), Bob Savenberg (tekstschrijver en nu management) en Valère Pieraerts (bookingskantoor King) een bondgenootschap.

Koch Benelux, afdeling van het Oostenrijkse Koch International dat in '75 opgestart wordt door Frans Koch, concentreert zich in Vlaanderen voornamelijk op Vlaamse en instrumentale producties. In '96 neemt Koch Int. het Nederlandse MM-Productions van Riny Schreyenberg over, waardoor Koch MM ontstaat. Koch staat ook bekend als het bedrijf dat de eerste Europese cd-fabriek opende ('85).

Zoals bepaalde labels belangrijk geweest zijn voor het Vlaamse lied, zo zijn andere belangrijk geweest voor wat kleinkunst wordt geheten. Zo het Brugse Parsifal Records. Rond 1968 richt Gentenaar Nico Mertens het theaterbureau Merlijn op dat voor 90% de bookingen doet voor Vlaamse kleinkunstenaars en ook voor de Nederlandse (via aldaar Troubadour). Met Bernhard Viane investeert Mertens in een muziekstudio Hifi-home producties te Brugge, maar de samenwerking wordt niet gecontinueerd. In 1977 start Mertens met Parsifal Records waarop de twee eerste LP's van Urbanus zullen opgenomen worden. In 1984 schakelt hij nog over op blues via het label Bluesthing. In 1984 ook wordt gestart met de muziekuitgeverij T&B (van 'Toeten noch Blazen' - betreffende kennis in die sector). In 1991 wordt nog het pop-label Vision Disc opgericht. Andere labels zijn Motor, Moonshine, Double Trouble, Hala en Sundown. Op het artiestenrooster bij Parsifal hebben onder meer gestaan: De Kadullen, Alfred Den Oude, Erik Van Neygen, Jean Rousseau en Big Bill (Krakkebaas).

In de heropleving van de Vlaamse folk sinds 1998 speelt het door Erwin Libbrecht (ook gitarist bij Kadril) opgezette label Wild Boar een belangrijke rol (Laïs, Fluxus, Ambrozijn) en ook MAP, gelieerd aan het Dranouter folk-festival. Deze folk-independents moeten met lede ogen de groeiende belangstelling van de majors voor hun groepen aanzien: EMI tekent Olla Vogala (voor release op het Zoku-label), Virgin staat half 1999 op het punt Ambrozijn binnen te halen en Laïs is dan in gesprek met verschillende majors, waaronder Sony.

Hans Kusters, eerst werkzaam bij muziekuitgever Intersong-Primavera, daarna onafhankelijk met zijn labels Hans, Hans Kusters Music en Hans Kusters Music Management, gaat door voor de ontdekker van onder meer Ferre Grignard (in 1966, wanneer Kusters nog voor Philips werkt) en Wannes Van de Velde, en voor diegene die Vlaanderen in contact brengt met Boudewijn De Groot. In 1982 introduceert Kusters Hans De Booy. Later, eind van de jaren tachtig, komen daar nog Ingeborg bij en Stef Bos (die zelf tekst en muziek van Ingeborgs eerste grote hit in 1989, "Door de Wind", schrijft) en natuurlijk Clouseau (sinds 1987 maar met de doorbraak in 1989). Kusters heeft in zijn cataloog ook de voetbalklassieker "Olé, we are the Champions", waarvoor Roland Verlooven de compositie opeist. In 1994 wordt het voetballied in Japan uitgeroepen tot meest lucratieve buitenlands product op het gebied van auteursrechten. Kusters heeft tot eind '98 een licentiedeal met Arcade, maar gaat vanaf '99 in zee met Dino Music.

Music & Words is dan weer een Nederlands label dat in '98 de Vlaamse folk doet heropleven. Music & Words verdeelt de debuut-cd van de Vlaamse folkgroep Laïs die meteen uitgeroepen wordt tot de best verkochte folk-cd. Music & Words is gespecialiseerd in alle mogelijke vormen van traditionele muziek en releast op de labels Folk Classics, World Roots Collection, -I-C-U-B4-T- en Dig It!

Sprekende over kleinkunst mag in Vlaanderen ook niet voorbijgegaan worden aan de rol gespeeld door Davidsfonds/Eufoda.

BELGISCHE ROCK

Waar velen van de genoemde onafhankelijken zich meer met het traditionele Vlaamse schlagergenre hebben ingelaten, groeien uit de eigen beheer- en independentsrage van de zeventiger en tachtiger jaren een aantal onafhankelijke firma's die zich op de nieuwe rockmuziek concentreren. Als typevoorbeeld voor de doe-het-zelf-mentaliteit van die tijd kan Rick Tubbax & The Taxi's genoemd worden. Hij heeft de eerste in het oog springende impuls gegeven aan de doe-het-zelf-rage door in 1979 "Bojangle plays tonight" uit te brengen in eigen beheer (Km-label). Andere voorbeelden zijn Refused Records van The Scabs, het label Zebra van Red Zebra, Wereldrecords van Arbeid Adelt!.

Antler met sublabel Subway en Be's Song music publishing (dat ook het house-magazine Out Soon uitgeeft) is opgericht in 1982 door Roland Beelen (die voordien al bezig was met het 'anti-commercieel' Kleo-label/bookingskantoor) en Maurice Engelen, concertorganisator van alternatieve Britse bands. In de postpunkperiode oogst Antler succes met 2 Belgen en Nacht und Nebel (Patrick Nebel heeft voordien zijn eigen label Laguna Records) en in 1989 ook met The Pop Gun. Antler zal zich ook ontfermen over Siglo XX, die aanvankelijk in eigen beheer platen uitbrengt. En ook over Poësie Noire sinds 1985, waarin Jo Casters die even later een rol zal spelen bij de creatie van de new beat-sound en nog later actief zal zijn met het evenementenbureau Star Events. Terloops: het is de aan lager gedraaide snelheid van de b-kant ("Flesh") van de eerste maxi van A Split Second, nog een Antler-groep, die de typische bassound voor new beat tot norm maakte. In de Ancienne Belgique in Antwerpen is DJ Ronny Harmsen al eerder op de idee gekomen om bestaande fonogrammen (van The Human League, OMD en Gary Numan) op een lager toerental te draaien - vandaar de term AB-muziek). Via het sublabel Subway stort Antler zich verder op de dansmuziek met het producerstrio Morton, Sherman and Belluci (zijnde de Poésie Noire leden Jo Casters, Herman Gillis en Antler-baas Roland Beelen zelf). Ondertussen scoort het ook met Won Ton Ton ("I lie and I cheat") in 1987. Antler beperkt zich niet tot één genre al zal het met de new beat definitief in de richting van de dansmuziek worden gedreven.

Sinds 1 januari 1993 heet de firma officieel Antler-Subway. Half 1989 wordt Antler-Subway U.K. opgericht in samenwerking met het Londense 10 Times Better. Antler gaat nog de danstoer op met onder meer danslabels eind 1990, Beat Box en Dance Opera. Later wordt daar nog het Atmoz-label (van oprichter Patrick Krimson van 2 Fabiola en Pat Krimson) aan toegevoegd. Antler wordt eerst verdeeld door Parsley, dan door Himalaya, vervolgens door PIAS en dan door verschillende verdelers, PIAS, N.E.W.S., PolyGram, BMG, Indisc en ook EMI. De laatste neemt in 1995 een meerderheidsparticipatie in Antler-Subway. De stichters blijven maar Antler-Subway wordt het danslabel van EMI. Een algemeen geldige tactiek wordt ook door Antler-Subway gevolgd: de meest populaire dansnummmers op vinyl worden nadien uitgebracht op verzamel-cd's (Serious Beats - in augustus 1996 verschijnt volume 20 - , later Dance Opera, ook een gerenommeerd house-label). Maurice Engelen is aanvankelijk betrokken als groepslid bij de danceformatie 2 Fabiola. Maurice Engelen is de man achter The Immortals, Lords of Acid en Praga Khan en waarmee hij populair is in het buitenland (Japan en de USA), en songs op soundtracks plaatst (Sliver, Basic Instinct, Strange Days, Beowulf). Herman Gillis (ook ex-muzikant bij Poésie Noire, The Primitifs en Running Cow) zal zich in de jaren '90 onderscheiden op het vlak van muziektechnologie. Zijn hoogstaande technische creatie "De Sherman Filterbank", een muziekfilterbank die geluidseffecten maakt, wordt een zeer hip kastje in de wereld van de producers. De Sherman Filterbank wordt verkocht over de hele wereld en wordt gebruikt door de producersteams die staan achter wereldsterren zoals Madonna, The Prodigy, U2, Björk, David Bowie, Lenny Kravitz en Stones-producer Nick Lowe. In maart '97 kan Antler-Subway zich de eerste Belgische platenfirma noemen die start met een eigen televisieprogramma. Het programma 'Party-World' brengt elke woensdag op VTM, Kanaal 2 en VT4 omstreeks middernacht (dus na het laatste progamma van de zenders) een portie dance- en houseplezier. Elke dag wordt er een miniprogramma met een andere inhoud uitgezonden. Anno '99 is Antler-Subway zowat de 'dancefabriek' van België. Met acts als Fiocco, 2 Fabiola (via het Atmoz-label van Patrick Claesen), het A&S Productions-label van Stefan Wuyts en MacKenzie (via het Waalse MacKenzie-label) rijft Antler-Subway de ene hit na de andere binnen.

In hetzelfde straatje als Antler zit ook nog Anything But productions, in 1983 opgericht door Ludo Camberlin met onder meer Men 2nd en The Neon Judgement.

Dat alles speelt zich af in en rond Leuven (Antler settelt zich in Aarschot, alwaar ook nog het onafhankelijke promotieagentschap Grizzly Entertainment van Stef Andries gevestigd is).

De Brusselse scène dan. Crépuscule is het Brusselse hippe arty-label, opgericht door Michel Duval in 1980, dat onderdak biedt zowel aan binnenlandse als buitenlandse nieuwe muziekartiesten. De Amerikaanse avantgarde-groep Tuxedomoon vindt er een onderdak, zo ook Anna Domino. Later zal Duval zich zeer intensief met de carrière van Wim Mertens gaan bezighouden. In het algemeen richt het label zich op jazz, chanson, hedendaagse muziek en rock. Opmerkelijk aan Crépuscule was de multimedia-aanpak. Crépuscule stond niet alleen voor muziekproducties, maar was ook actief in video (Les Images du crépuscule), het boekwezen (Les Livres du Crépuscule), het organiseren van tournees (Les Risques du crépuscule). Ook had Crépuscule zijn eigen postorderbedrijf, nl. Twilight Order. Sublabels van Crépuscule waren Factory Benelux, Interference en LA.Y.L.A.H.

Het Gerucht, muziekuitgeverij en management, in 1985 opgericht door Herman Van Laar, werkt in het verlengde van dezelfde of gelijkaardige artiesten. Voorbeelden zijn de Amerikaanse Belgische Anna Domino en Front 242.

Himalaya, eveneens in Brussel, situeert zich in dezelfde scène en ook hier komt de naam van Michel Duval bovendrijven. Himalaya verdeelt voornamelijk 'alternateive' labels en zal later ook Parsley verwerven.

Parsley zelf is met veel enthousiasme opgericht door Paul Evrard, ex-manager van Raymond, samen met Christophe Turcksin (later Double T Music), om er onder meer in 1981 T.C. Matic, Arbeid Adelt! en Red Zebra onderdak te geven. Luna Twist scoort hoog met het door Parsley uitgebrachte 'African time' in 1981. Evrard heeft zich ook nog ingelaten met het 'alternatief' artiestencollectief Sofa dat onder meer instaat voor booken van concerten van Della Bosiers, Erik Van Neygen, Raymond van het Groenewoud, Lieven, Jean Marie Aerts. Sofa eist ook in de jaren '80 van de Vlaamse overheid dat ze van start gaat met een Vlaams popmuziekbeleid. Op Parsley verschijnt ook de ophefmakende Vlaamse Eurosonginzending Pas de Deux met de single "Rendez-Vous" en de cultsingle van Kamagurka "Constant Dégoutant".

Romantik is het Brusselse eind zeventiger jaren-label van Philippe Kopp die als concertorganisator te Brussel met Herman Schueremans zal gaan samenwerken in Sound & Vision.

Crammed Discs is in 1981 opgericht door Marc Hollander, dei zich ook ontferemde over Recommended Records, om het tweede album van de groep Aksak Mabul, met daarin Hollander zelf, te kunnen releasen. Crammed stond bekend als het label van 'eclectische' artiesten. In '84 richt Crammed het sublabel Made To Measure op voor ambientmuziek geschreven door diverse componisten, in '88 komt sublabel SSR erbij (met o.a. Carl Craig en in '98 de re-release van Telex) en wordt de dance-divisie van Crammed. Sublabel Crammed World wordt gestart in de zomer van '91 voor het wereldmuziek-genre. In '94 richt Crammed het label Selector (jungle en drum 'n' bass, opererend vanuit Parijs) op en in '95 Language (voor 'left-field dance derived musics' en opererend vanuit Londen) om zo het hele dancegebeuren op de voet te kunnen volgen vanuit de drie belangrijkste Europese hoofdsteden. Andere labels zijn Crammed (pop/rock), Ziriguiboom (label in samenwerking met de New-Yorkse producer Sâo Paulo Bom en gericht op Brazilaanse grooves) en AniManga (label waarop soundtracks van Japanse manga-tekenfilms wordt gereleased). Crammed sluit in 1992 voor België een long term deal met Sony. Begin 1997 breidt Crammed Discs uit naar de USA en opent een kantoor in Los Angeles. Crammed Discs heeft ook kantoren in Groot-Britannië en Frankrijk.

Anno '99 wordt Crammed in België en Luxemburg verdeeld door Sony (een aantal releases van Crammed wordt evenwel verdeeld door het Antwerpse Lowlands) Voor de distributie in Nederland heeft Crammed een deal met Via Records, in Frankrijk met Wagram Music.

Sub Rosa werd opgericht door Frédéric Walheer en Guy Marc Hinant eind jaren '80. Sub Rosa (dat betekent 'tussen ons gezegd en gezwegen') is een label dat zich richt naar experimentele, arty en avant-gardistische producties. Eén van de eerste releases was "Break Through in Grey Room" van Williman S. Burroughs. Sub Rosa omschrijft zich zelf niet als een louter muzieklabel, maar gaat veel breder dan dat. Het label interesseert zich ook in spoken word, soundscapes ('films without pictures') en alles wat 'eclectisch' en abstract klinkt, gaande van klassiek tot electronisch. Daarnaast releast Sub Rosa ook cd+'s, cd-roms en films en organiseert het 'Sub Rosa events' waarop kunstenaars uit alle mogelijke hoeken bij elkaar komen om producties uit te werken. Sub Rosa is goed voor zo'n 20 releases per jaar.

Play It Again, Sam (PIAS) is ontstaan uit Sandwich Records (opgericht in 1979 door Michel Lambot, die ook nog het distributiehuis Casablanca Moon zou oprichten, wiens cataloog eerst door Parsley, dan door Himalaya en tenslotte door Play it Again, Sam! zou verdeeld worden) en New D. Lambot gaat met trouwe klant Kenny Gates in de boot en samen stichten ze in 1982 Play It Again, Sam! (later sublabel Scarface). Oorspronkelijk is PIAS niet meer dan een distributielabel van Britse indies. PIAS had toen als enige concurrent Himalaya. Met de Britse independent Red Rhino richt PIAS Red Rhino Europe (RRE) op; het failliete Britse Red Rhino wordt opgekocht en de naam veranderd in APT. In 1992 wordt concurrent Revolver Records aangesproken om samen Vital Distribution op te richten. In 1997 doet ook verdeler RTM mee en wordt Vital Distribution 2 (waarin RRE 51% van de aandelen bezit) een grote onafhankelijke verdeler in Groot-Brittannië. De muziekuitgeverij Confidence participeert met een Duitse en Britse partner in het Amerikaanse European Copyright Collection Inc.

The Legendary Pink Dots was de eerste groep die in '84 onder contract kwam van het in Anderlecht gevestigde PIAS. Nadien volgden onder meer The Scabs, Young Gods, Magnapop en Nerve. Front 242 kent met hun derde LP en de eerste voor PIAS, 'Official Version' uit 1987 de doorbraak. Naast elektro-dance-muziek, komt ook rock op het label aan bod. In 1990 richt het sublabels G-ROX-P, Solid en Pop Records op. Pop Records dat speciaal bstemd was voor Belgische artiesten sterft echter al snel een stille dood. Later richt PIAS nog Who's That Beat en Groove Kissing op. PIAS zal zich geleidelijk ook manifesteren in de new beat- en later in de techno- en house-scène (via Who's That Beat) en internationale erkenning afdwingen. PIAS wordt groter onder meer doordat het de distributierol die Himalaya voordien heeft gespeeld overneemt en nadien ook nog producten verdeelt van Belgische independents als Antler en, nog later, van buitenlandse independents (zo van Epitaph, SPV, Tommy Boy, Mo'Wax). PIAS licentieert van labels zoals Wall Of Sound, XL-Records met The Prodigy, Mute Records en 4AD en brengt eigen materiaal uit op het PIAS-label en F Communications.

In 1997 sluit PIAS een distributiedeal met V2, het label waarmee Richard Branson, na de verkoop van Virgin, zijn herintrede doet in de muziekbusiness. Na het wegvallen van The Scabs en Front 242 investeert PIAS in Channel Zero, Soulwax en Metal Molly. Anno 1998 is PIAS uitgegroeid tot een binnenlandse kleine major met een aandeel op de Belgische platenmarkt van 4%. Datzelfde jaar sluit Pias ook een joint-venture af met de Duitse indie edel. De samenwerking bestaat in de oprichting van een speciale verkoopsploeg die de naam Connected meekreeg en die zich ten volle zal richten op het alternatieve rock en alternatieve dancesegment. In juni '99 kondigt PIAS aan dat het samen met het Duitse edel Records, het Engelse Mute en Beggars Banquet een nieuwe platenmaatschappij start in Scandinavië (Playground Music Scandinavia). ). In augustus 1999 koopt edel een 74.9% aandeel in PIAS, voordien eigendom van de oprichters Kenny Gates en Michel Lambot en van financieel directeur Phil Saussus, welke samen 25.1% behouden. Op die manier krijgt edel ondermeer toegang tot de Franse markt (via PIAS' Franse techno-label F-Comm) en in Groot Brittannië een distributeur (Vital).

PIAS heeft anno '99 A&R-managers in Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk, in België heeft PIAS Soulwax en De Mens onder contract. Strictly Confidential is de muziekuitgeverij verbonden aan PIAS. Half 2000 verwerft label/distributor PIAS, dan al deel van de edel groep, 51% van het Gentse danslabel R&S. Half 2001 wil PIAS edels meerderheidaandeel in de firma overkopen.

Voor rock in al zijn vormen kon men ook aankloppen bij Indisc dat voornamelijk op sublabel Liquid de ene rockrelease na de andere de wereld instuurde. Op het artiestenrooster o.a. The Ugly Papas en Soapstone.

Oyster Records start in '98 in Brussel op als divisie van de uitgeverij Manta Ray Publishing. Oyster Records richt zich naar Belgische pop en rockbands. Labelmanager van Oyster is Bart Quintens, voorheen manager van Flowers For Breakfast, Lowpass en The Tribe. Nog in '98 maakt Oyster een distributiedeal met de Belgische Edel. Neeka is de eerste artieste die via deze weg gereleased wordt. Ook The Romas staan op het artiestenrooster van Oyster.

In Gent is Dwarf in 1974 opgericht door jazzrockmuzikant Karel Bogard (Kandahar), die het label later verkoopt aan IBC. Dwarf heeft ondertussen ook de eerste LP van Tjens Couter uitgebracht in 1976.

In 1978 wordt in Puurs Payola Records en muziekuitgeverij opgericht door Theo Van Hemelrijck. Het label wil releases in eigen beheer stimuleren. Acts uit de beginperiode zijn onder meer Toy, De Kommeniste en The Bet.

Nog in Gent werd Kinky Star Records dan weer opgericht in '98 door de groep Sexmachines met de bedoeling de eigen opnamen ui te geven. Algauw werd de vzw onder impuls van Luc Waegeman een label waarop ook andere groepen op terecht kunnen. Naar voorbeeld van het Amerikaanse label Alternative Tentacles houdt Kinky Star zich ook bezig met het adviseren van muzikanten, het uitgeven van teksten en gedichten en heeft het label een eigen café, dat dienst doet als ontmoetingsplaats voor artiesten. Eerste release op het label was De Bossen. Later tekent Kinky Star ook de West-Vlaamse hip-hopformatie 't Hof van Commerce, dat uitgroeit tot het fenomeen van '98 in Vlaanderen. Kinky Star onderneemt ook de promotie van de releases die verdeeld worden door de Waalse indie Bang!.

Rough Trade, sinds 1996 eigendom met een meerderheidsparticipatie van Zomba (labels Jive en Silverstone), welke laatste ook voor 75% de Britse distributiefirma Pinnacle (Lambourne Group) heeft verworven, welke zelf Rough Trade heeft overgenomen eind jaren tachtig, is op de Belgische markt bedrijvig sinds 1989. BMG participeert voor 20% in Zomba's muziekuitgeverij (?). Rough Trade België staat onder controle van de Nederlandse afdeling die zelf aan de Duitse rapporteert. Gestart met de distributie van een vijftiental labels verdeelt het vier jaar later meer dan 100 vooral buitenlandse labels en wordt een belangrijke distributeur op de Belgische markt, naast PIAS en Indisc. Halfweg 1997 gaat Fred Maessen van de Nederlandse independent Brinkman (waar onder meer Belgen als Nemo, Metal Molly en Betti Serveert ontvangen worden) op losse basis als A&R werken voor Zomba-Rough Trade. In België verzorgt Rough Trade de distributie en Zomba de productie. Rough Trade sluit begin 1999 een tweejarige distributiedeal met Byte nadat dit label vijf jaar door Sony is verdeeld. In 1999 wordt Rough Trade opgeslorpt binnen Zomba.

Mausoleum is gesticht door Alfie Falckenbach. Het label concentreert zich eerst op heavy metal, daarna ook op new beat. Op Sinus Music wordt eind van de jaren zeventig door Falckenbach punk (ondermeer The Misters) uitgebracht.

Made in Belgium is een cassette-label, in 1985 opgezet door Eric Didden voor onbekende bands. Met dezelfde aandacht voor kleinschaligheid zet JP Van (Haesendonck) in 1987 nog zijn Boom! Records op dat minder bekende gitaarbands op (vinyl)verzamelaars en langspelers uitbrengt (en laat verdelen door Rough Trade en dan door Pias).

KK Records opereert vanuit Zwijndrecht (met onder meer Psychic Warriors of Gaia) en zet in '96 KK Records North America (KKNA) op. KKNA verdeelt er de KK Records-releases naast het Silver Recordings-label waarop o.a. de Belgische techno- en triphopproducer Koen Lybaert releases uitbrengt. In '98 stopt echter de samenwerking tussen het Belgische KK records en KK Records North America. KK records North America behoudt evenwel zijn naam maar gaat vanaf dan zelfstandig. Zo richt het het label Silver USA op dat gebruikt wordt om het Belgische Silver Recordings-label te verdelen in Noord-Amerika. In Nederland wordt KK en sublabels aanvankelijk verdeelt door Rough Trade, maar later door het onafhankelijke De Konkurrent.

Double T., afdeling van televisieproducent D&D en independent voor pop en alternatieve rock, is eigendom sinds 1992 van Christophe Turcksin, Jan Theys (ex-directeur BMG en ex- artiesten begeleidingsbureau Talent Factory) en het audiovisueel productiehuis D&D. Double T. wil via langdurige en intelligente promotie artiesten begeleiden, hun muziek uitgeven en opnemen, maar ook integreren in een entertainmentfirma met niet alleen muziek. Double T sluit in 1992 een long term distributiedeal met Sony Music. K's Choice en Noordkaap staan op het artiestenrooster van Double T Music. De firma heeft een unit opgericht in Amsterdam en andere Europese steden moeten volgen. Meer commerciële opnamen worden uitgebracht op het Double Dream-label. In 2000 wordt nog gescoord met Arid, maar halfweg dat jaar wordt Double T overgenomen door Sony; de stichters blijven en houden ook de controle over de muziekuitgeverij.

Het Waalse Bang! In Namen scoort in 1994 met dEUS (dat zijn doorbraak-CD Worst case scenario op het eigen Great American Nude Records heeft opgenomen), later met Mad Dog Loose.

Begin 1997 stelt Pressure, het sublabel van de grote Amerikaanse uitgever-producent Peer Music (opgericht in '28 door Ralph Peer), een aantal Belgische en Nederlandse artiesten voor (onder meer Sweater). De distributie gebeurt door Arcade/CNR terwijl de promotie in handen wordt gegeven van Welles-Nietes promotie, een joint-venture binnen Peer Music.

In'96 wordt in Antwerpen het label eX-It opgestart. Het label wil een artistieke kweekvijver zijn, maar lijkt zich voornamelijk te concentreren op het Brusselse techno-collectief Neven geleid door Peter Clasen. Het label is niet vies van minimale beats, soundscapes, breakbeats enz. eX-It wordt verdeeld door Pias.

Het verhaal van Via Records Belgium neemt een aanvang in Nederland. Daar werd in eind jaren '80 VIA Records opgestart door ex-Dureco man Henk Voortman. Voor de verdeling van Via in de Benelux zorgden Virgin en PIAS. Na verloop van tijd werd Via overgenomen door ex-Koch Beneluxman Ben Gieskes die besloot om de distributie zelf te verzorgen. Om de verdeling van Via ook in België te verzekeren werd Via Records Belgium opgericht. Ex-CNR'er, ex-Pias'er en ex-Zomba/Rough Trade'er jan Hublau werd aangetrokken als zaakvoerder. Via verdeelt hoofdzakelijk jazz, wereldmuziek, blues, new age, folk, singer-songwriters, pop en klassieke muziek.

Zo verdeelt Via o.a. de labels Electric Melt (kruisbestuiving tussen wereldmuziek en dance), Carbon 7, MGM (filmmuziek), Windham Will, gedeeltelijk RCA Victor, Dreyfus jazz, JVC en het folklabel Map. Zelf runt VIA een aantal labels: VIA Jazz (met o.a. Hans Helewaut), VIA Blues, VIAKRA ('a label with potention', met o.a. A Group, JMX), VIA Columbus (wereldmuziek), VIA Nova (new age) , VIA (pop, met o.a. Samantha Brothers en Patrick Riguelle en Jan Hautekiet ), VIA Calle (World) en Oorwoud (met o.a. Guido Belcanto, Dirk Blanchart).

Atomic Recordings is het label verbonden met de Leuvense 'alternatieve' pl